"Op twitter kan ik me natuurlijk met profielfoto keurig voordoen als de groene stadsambassadeur, maar in Venlo ben ik een inwoner die al twee jaar thuis zit. Mensen kunnen daar van alles bij denken en het is het heel moeilijk daar doorheen te breken."

Bosmieren als uitgangspunt voor de ontwikkeling van steden, dat hoor je niet vaak. Maar het verhaal van Arjan van den Bosch, die op sociale media door het leven gaat als ‘De Groene Stadsambassadeur’ hoor je sowieso zelden. Als zijn leven twee jaar geleden plotseling volledig op z’n kop staat besluit hij om een radicaal andere koers te varen. Met de bosmieren als uitgangspunt besluit hij om er alles aan te doen om de transities van steden en natuur in kaart te brengen en aan elkaar te verbinden. Hoewel hij hier pas twee jaar actief mee bezig is, heeft Arjan al meer dan 20.000 twitter-volgers en werkt hij aan verschillende projecten in zijn stad Venlo. Met het initiatief ‘Groene steden in Transitie’ wil hij het hokjesdenken overstijgen en zijn visie op de verbinding tussen stad en natuur uitdragen. Ik spreek met Arjan over zijn eigen transitie, de Groene stad, de bosmieren en zijn kijk op Stadmaken. 

Persoonlijke transitie

Arjan raakt al op zeer jonge leeftijd geïnteresseerd in de ontwikkelingen van- en verbindingen tussen steden en natuur. Als kleine jongen opgroeiend in de binnenstad van Leiden ziet Arjan hoe ‘Het Groene Hart’ steeds meer ten prooi valt aan de komst van nieuwe wegen en wijken en wordt hij al snel lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. Maar zijn passie komt bij mij vooral over wanneer hij vertelt dat hij op 13 jarige leeftijd al regelmatig het Stadsbouwhuis in Leiden bezoekt om folders op te halen en bestemmingsplannen in te kijken. Arjan’s interesse in- en expertise van Het Groene Hart neemt toe en leidt in 1993 tot een werkstuk op de middelbare school genaamd: ‘Een integrale randstadvisie’. Arjan vertelt dat hij dit verslag laatst heeft teruggevonden en tot zijn verbazing zag dat hij daar al praat over circulariteit en heel veel andere dingen die pas recent heel erg spelen.

“Ik was toen heel erg bezig met de vraag hoe steden zouden kunnen groeien zonder dat Groene Hart op te lossen. Nou trek ik dat verslag uit de la, kijk ik naar de Randstad en denk ik: waar is Het Groene Hart gebleven.”

Uiteindelijk parkeert Arjan deze interesse als hobby en volgt geen studie in deze richting. Na school werkt hij eerst jaren als heftruckchauffeur in Venlo – de stad waar hij nu nog steeds woont – waarna hij als teeltmedewerker de glastuinbouwsector inrolt. Twee jaar geleden verandert zijn leven ineens drastisch. Hij krijgt een burn-out, verliest zijn baan en worstelt daarna ontzettend met de beeldvorming rondom de “simpele, laagopgeleide en zieke productiemedewerker uit Blerick” (stadsdeel gemeente Venlo). Toch ziet Arjan deze noodgedwongen transitie juist als kans en besluit hij zijn interesses voor stedenbouw en landschapsecologie weer uit het slop te halen. Bovendien zet hij hiermee zijn eigen transitieproces in gang.

“Transitie doet pijn. In mijn geval had ik sterk de neiging om me te gaan bewijzen. Ik heb deze ‘kracht’ bewust toegelaten om mijn normaal erg stille en teruggetrokken houding te verhullen. Deze kracht geeft me tijdelijk de mogelijkheid kansen te creëren en ik durf die kansen ook te benutten.”

Groene stad in Transitie

Arjan ontwikkelt een ontzettend sterke drijfveer om, net als in 1993, zijn visie op de verbinding tussen de stad en natuur uit te dragen. Hij start een blog en wordt zeer actief op sociale media. Inmiddels heeft Arjan, ofwel ’De Groene Stadsambassadeur’, al meer dan 20.000 twittervolgers en is hij bezig met verschillende projecten. Waar hij bijna 25 jaar geleden nog Leiden en Het Groene Hart zag veranderen, houdt Arjan zich nu voornamelijk bezig met de ontwikkelingen van Venlo en haar nationale parken in de omgeving.

“Ik zag dat de nationale parken in transitie waren, maar ik zag ook dat de stad Venlo in transitie was. Ik dacht als je die twee transities gelijktrekt en bij elkaar weet te brengen, dan kunnen ze iets voor elkaar betekenen. Daar is het idee “De Groene stad in Transitie” uit ontstaan.”

Het doel van “De Groene stad in Transitie” is dan ook voornamelijk om het hokjesdenken te overstijgen. Dit betekent dat de stad niet alleen na zou moeten denken in termen als – of over het aanpassen van – de rode contouren (de harde grens waarbuiten gemeenten niet mogen bouwen), evenals natuurgebieden zich niet alleen moeten bekommeren om het behouden van de groene grens en het onderhouden van “hun plekje”. Arjan vertelt dat hij precies die grenzen wil laten vervagen en verbinding wil stimuleren, met name door die natuur letterlijk de stad in te trekken. “Anno 2016 zouden we toch geleerd moeten hebben dat groene steden goed zijn voor de leefbaarheid, economie, biodiversiteit en dat ruimte moet worden gezocht in gelaagdheid, dubbele functies en duurzaam ruimtegebruik”, schrijft Arjan in een van zijn blogs. Ook in het gesprek spreekt hij vol passie zijn ambities uit. “Gewoon een nationaal park in de stad, in plaats van daarbuiten!”

Drempels op de weg

Arjan begrijpt dat om verandering teweeg te brengen, hij zichtbaar moet worden. Zijn blogs en twitterberichten worden door duizenden mensen gelezen en leiden tot ontzettend veel (internationale) positieve reacties. Maar hoe dichter bij huis, hoe moeilijker het wordt. Arjan ervaart al snel dat hij met zijn ambities de politieke arena van Venlo betreedt. “Ver van huis ben je met de inhoud bezig, maar hoe dichter je bij huis komt, hoe meer het met mensen te maken heeft die ook in de stad bezig zijn, met hun eigen drijfveren.” De negatieve beeldvorming rond laaggeschoolden en mensen met een uitkering helpt daar ook niet bij.

“Op twitter kan ik me natuurlijk met profielfoto keurig voordoen als de groene stadsambassadeur, maar in Venlo ben ik een inwoner die al twee jaar thuis zit. Mensen kunnen daar van alles bij denken en het is het heel moeilijk daar doorheen te breken.”

Maar die negatieve beeldvorming is niet de enige muur waar Arjan overheen moet klimmen. De grootste muur waar hij tot nu toe telkens tegenaan loopt is een stuk algemener en geldt waarschijnlijk voor elke burger die vanuit zijn positie als inwoner invloed probeert uit te oefenen op stedelijke ontwikkelingsprocessen: “De overheid regelt het wel!”. Volgens Arjan houdt de overheid zich nog te veel vast aan haar eigen plekje in de maatschappij, daarbij niet realiserend dat er op straat in de wijk ook heel veel mensen zijn die ervaring, kennis en expertise hebben. De muur, en tevens de hamer is een belangrijk stukje wet- en regelgeving.

“Op dit moment merk ik dat als je als burger met een stukje expertise aankomt, daar geen plek voor is. Maar dat stukje expertise wordt wel in een rapport gezet door een bureau dat extern ingehuurd moest worden.”

Bovendien blijf je volgens Arjan vaak vooral een tegenstander van beleid. Indien je een goed idee of initiatief hebt, moet eerst worden gekeken of dit wel past binnen het beleid van de gemeente, of het past in de afspraken binnen het college van B&W, of het financieel rendabel is. Pas daarna wordt er misschien gekeken naar de inhoud en daarmee schiet je natuurlijk al een hoop ideeën en visies af.

“Dat is ook een geluid wat ik vaak om me heen hoor; er wordt niet naar de inhoud gekeken, maar er wordt naar de financiën gekeken, naar de politiek inhoud, naar of je voldoende aanhangers hebt: politieke overwegingen. Daar moet wat aan veranderen.”

Stadmakers en mierenkolonies

Hoe langer ik met Arjan praat, des te meer ik me realiseer hoe groot sommige obstakels op zijn pad zijn. Wat drijft hem dan zo om hier toch mee door te gaan? “Stadmaken zit gewoon in mijn bloed”, antwoordt hij. Ik kaats de bal terug en vraag hem wat een Stadmaker volgens hem dan precies is. “Ja, dat is een hele goede vraag…”.

“Ik denk dat een Stadmaker iemand is die betrokken is bij zijn stad en heel graag z’n eigen stukje kennis en ervaring wil inleggen en daarin gewaardeerd wil worden.”

Arjan heeft niet de meest typische achtergrond voor een Stadmaker, en kijkt door een bijzondere bril naar de ontwikkelingen van de stad. In een wereld die wordt gedomineerd door de culturele sector, bekijkt Arjan het landschap vanuit z’n natuurlijke historie en hoe de mens daarin zijn plek is gaan innemen. “Ik zie ook hoe de stad zichzelf daar steeds in ontwikkelt en ik hoop die verbinding ook te kunnen uitdragen”. Juist deze bijzondere, maar niet-culturele en niet-hoogopgeleide achtergrond, is een van de redenen voor Arjan om hiermee door te gaan. Het geeft aan dat iedereen met een goed idee of andere visie zijn steentje bij kan dragen en mee kan participeren in de ontwikkeling van zijn of haar omgeving.

Is dit in het huidige institutionele stelsel lastig? “Ja.” Kan dit systeem dan niet anders worden ingericht? “Jawel.” Ook hier denkt Arjan in geheel eigen stijl over na. Een van de meest fascinerende voorbeelden hiervan is de blog die Arjan schreef over de bosmieren. Miljoenen mieren die op een oppervlakte van 30 hectare, zonder dat daarvan één mier de baas is, met z’n allen een succesvolle vitale samenleving organiseren. Arjan glundert: “Dat is toch ongelooflijk!” Samensturing en co-creatie, de volgens Arjan vaak onterecht omschreven ‘bobo-woorden’, zijn perfect van toepassing op deze kolonie van ‘decentrale organisatie kampioenen’. De brug die hij hier slaat tussen onze samenleving en de bosmieren is precies zo’n verbinding tussen stad en natuur die Arjan graag wil uitdragen en hem als Stadmaker uniek maakt.

“De kantelingen en transities in de samenleving, die begrijp je als je erboven gaat hangen, op abstract niveau, niet als je er zelf met beide benen instaat. De mieren die vertellen precies datzelfde verhaal, maar je kunt ze zien, voelen, ruiken, horen. Je kunt er echt letterlijk middenin gaan staan.” 

Dat de transities en ontwikkelingen moeilijk te begrijpen zijn als je ergens met beide benen instaat wordt bevestigd als ik Arjan op het einde van het interview vraag naar tips voor andere Stadmakers. Hij weet het eigenlijk niet zo goed en raadt in eerste instantie vooral mensen af om de transitie te doorlopen zoals hij dat heeft gedaan. Later stuurt hij me nog een mailtje waarin hij me bedankt en aangeeft dat als je midden in een lastig proces zit, het erg moeilijk is om tips te geven. Toch wilde hij er nog wel een paar kwijt, uiteraard met de referentie naar zijn geliefde bosmieren.

“Het belangrijkste is natuurlijk doorzettingsvermogen. Buiten de lijntjes kleuren is ook belangrijk. Door out-of-the-box denken en handelen kun je mensen en ideeën bij elkaar brengen die anders nooit bij elkaar zouden komen. De mierentunnels zijn daar het meest tastbare resultaat van. Dit zijn tips die geen houdbaarheidsdatum hebben.”

reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Venlo
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu