"Ik kan helemaal niks."

Ben Baars uit Assendelft is sinds 4 jaar gepensioneerd. Hij had wel wat verdiend, dus kon eerder stoppen met werken. Ben beschrijft zichzelf als ‘dwarsdenker’. Sinds drie jaar is hij als vrijwilliger bezig met verschillende initiatieven voor zijn buurt en de maatschappij. Hij heeft volgens eigen zeggen nog niets groots neergezet, maar dat is ook niet zijn rol. Hij is een soort aangever. Hij komt met ideeën, en dan kunnen andere mensen daar eventueel mee aan de haal. Zijn oorspronkelijke plan na zijn pensioen was om een boek te schrijven.

“Voor mijn boek had ik personages nodig, en zo ben ik bij de buurtbus (vrijwilligersproject: uit de roulatie genomen vervoerslijnen weer opstarten voor ouderen en behoeftigen) terechtgekomen. Die moest opgestart worden. Mijn idee was dat ik dan met mensen in gesprek zou komen, maar dat ik niet te lang aan het woord zou kunnen zijn. Normaal praat ik erg lang, maar nu was het elke keer een soort elevator pitch. Toen hebben ze me daar voorzitter van gemaakt. Na drie jaar had ik het weer bekeken, was wel weer tijd voor iemand anders. In die tijd ben ik ook gestart bij Aan de Zaan. En zo kwam ik in contact met vrijwilligersorganisaties.”

Zijn grootste, zichtbare wapenfeit is de omtovering van een braakliggend stuk terrein tot een hondenspeelplaats, wat sindsdien in uitgegroeid tot buurtproject en sociale ontmoetingsplaats. Hij heeft echter specifieke ideeën over zijn eigen rol in het geheel. Zijn doel is, volgens eigen zeggen, om mensen “te raken in hun passie”.

“Ik liep met mijn vrouw en onze honden door een stukje bos vlakbij mijn huis. En ik kwam altijd mensen tegen en die zeiden ‘ze zouden hier een park moeten maken voor honden, we mogen ze niet loslaten, we worden bekeurd et cetera. Toen had ik het idee om een hondenspeeltuin te maken. Nou moet je je voorstellen dat is een heel dicht bos met allemaal struiken en stronken en troep. 40 bij 60. Met allemaal van die olifantenpaadjes waar mensen hun honden uit laten. Een grote blubbertroep. Toen ben ik daar gaan staan met een schep, en ik zeg dat ga ik omspitten. Ik ben daar gewoon gaan staan. Ik wist niet van wie die grond was. En ik vertelde mensen het verhaal van de hondenspeeltuin. Ze vonden me een halve idioot. Het enige wat ik tegen die mensen zei was ‘heb jij een beter idee? Nee, dan is dit het beste idee. Een tijd later stonden ze in mijn achtertuin: ‘Nou Ben, je moet maar stoppen met die malloterie. Ik heb het aan mijn baas gevraagd.’ Toen kwam er zo’n grote graafmachine en binnen een half uur is dat ding omgeharkt. ‘Dan heb jij je hondenspeelplaats’. Zodat ik er de volgende dag niet meer hoefde te staan. Maar ik stond er wel weer. Met de mededeling dat ik zo’n graafmachine had. Dat heeft erin geresulteerd dat we uiteindelijk met 70 man, en allemaal hadden ze iets ingeleverd, die hondenspeelplaats gemaakt hebben. Die groep werd dus steeds groter, en die wilde wel wat doen, maar wilde weten van wie de grond was. De gemeente bleek de eigenaar van die grond. Toen ben ik met een bak lego van mijn kleinzoon naar de gemeente gegaan om die meneer uit te leggen wat onze missie is. Normaal komen mensen daar met officiële tekeningen en plannen, niet met een zak lego. Dus dat viel op. Toen heb ik met die lego laten zien wat we wilden doen. Zo hebben we die grond in ‘groen-adoptie’ gekregen.”

© Het Smulbos

“Het is ook een voordeel om als idioot gezien te worden; je treedt als het ware buiten het groepsproces. Zo ben ik ook een ‘emotionele bankrekening’ gestart. Een zogenaamde pro deo munt, om emotionele waarde uit te drukken. Omdat dat met normaal geld niet kan. En toen ik dat begon was ik ook weer een eenling, en het kan niet, en Ben dit wordt niks stop er maar mee. Die munt heeft de waarde 0. Hij is niks waard. Het geeft uitdrukking aan emotionele waarde. Ik wilde emotie ranken, in een getal weten te stoppen. Het is geen ruilmiddel, maar iets om aan te geven wat iets je waard was. Wat was de waarde van dit gesprek bijvoorbeeld? Dat druk je uit. Dus als je allebei een pro deo rekening hebt, kun je door bij mij te storten aangeven wat je dit gesprek waard vond. Zo kun je zien wat emoties waard zijn, zo wordt het zichtbaar. Net als dat je de wind pas objectief kan meten als je het in beaufort uitdrukt.  Dan kun je ook meten hoe gelukkig je bent, of hoe je je voelt tenminste. Er zijn heel veel mensen die dit niet zien zitten, die vinden het gek. Maar dat is het mooie; hoe meer mensen het gek vinden, dan denken ze er wel over na.”

Stadmakers hebben volgens Ben altijd al bestaan. “Maar het staat nu meer in de spotlight.” Wet- en regelgeving staat bottom up initiatieven vaak in de weg, werken het actief tegen zelfs. ‘Dat kan niet’ is een zin die Ben vaak hoort. “Ik moest voor die speelplaats bijvoorbeeld zand hebben. Toen ben ik naar de gemeente gegaan met die vraag. Toen zeiden ze dat ik een stichting moest oprichten. Ik zei ik ga geen stichting oprichting voor 600 euro om een zak zand te krijgen. Dat is te mallotig voor woorden. Dat heb ik ook gezegd.  En toen werd ik later teruggebeld. Dat het inderdaad raar was. Maar iemand moet het zeggen.”

Mensen zitten volgens Ben vast in een systeem, in gebaande paden. Deze mensen noemt hij ‘systeemdenkers’.“ Het voordeel van de vrijwilliger is dat je je aan niemand hoeft te verantwoorden. Ik doe dingen uit intrinsieke behoefte.” Hij ziet wel veranderingen in de maatschappij, mensen beginnen andere dingen van waarde te vinden. “Sommige mensen lopen daarin vooruit. Mensen willen ook verandering. Maar je moet eerst zelf veranderen. En uiteindelijk verandert dat iets in bredere zin. Dat is in essentie het idee. Je gaat niet een veranderingsproces in om de credits te krijgen.”

“Hoe het nu gaat met zaken in de stad is nooit bottom up. De gemeente heeft geld, en een idee en die gaat aan mensen vragen of ze dat idee omarmen, en dat heet dan bottom up.

Wat ik doe is echt bottom up, daarom heb ik ook zoveel tegenstand. Mensen lopen achter een meute aan, ze lopen achter hun baas aan. Ze denken niet na. Ze proberen steeds te kopiëren wat iemand anders al gedaan heeft. Gemeenten zouden de dialoog aan moeten gaan met dwarsdenkers. Nu nodigen ze bijvoorbeeld de voorzitter uit van een club, terwijl ze met de leden zouden moeten praten. Dat zijn de vrijwilligers die het doen, en  niet de voorzitter. Ik kan zo’n club ook niet vertegenwoordigen. Ik spreek voor mezelf. Gemeentes denken zo hiërarchisch. Dat hou je niet voor mogelijk.”

“Ik ben ook een open source platform begonnen waar mensen hun ideeën op kwijt kunnen. Initiatieven in de stad verzamelen. Benx4all heet dat. Dat is helemaal vrij. Want veel vervalt meteen weer in regeltjes. Dat was ook met die hondenspeeltuin ook. Dat was helemaal vrij. En weet je wat ze als eerste gingen doen? Regeltjes maken! En dat werd op een bord gezet. En daar moesten de mensen aan voldoen. En dat gingen ze controleren! Haha. Ze hebben toen ook tegen mij gezegd: Je moet dat gaan organiseren. Ik zeg: Ik? Zoek ‘t lekker uit. Ik geef alleen een idee, of een voorbeeld. De meeste mensen hebben een idee, dat zien ze dan als hun idee, en dan gaan ze dat zitten verdedigen. Dat heb ik dus nooit. Ik ben wel de inspirator van een idee. Ik geef dat plantje steeds water. Maar hoe dat plantje groeit, daar ga ik niet over. Dat moet dat plantje zelf uitzoeken.”

“Ik was laatst bij het oranjefonds. Ik wil de pro deo koppelen aan de appeltjes van oranje. (een prijs voor sociale initiatieven) Als je die prijs wint zit je meteen weer aan regeltjes vast. Dan wordt je weer gedwongen om een bestuur te hebben, en om verantwoording af te leggen. En als je halverwege denkt; ik ga wat anders doen, dan moet je het [geld] teruggeven. Met andere woorden: Jij zit aan mijn stuur te trekken, dan flikker ik van mijn fiets af: Ik kan mijn eigen richting niet bepalen. Waarom gaat het Oranjefonds niet werken op basis van vertrouwen? Zo geef je enkel wantrouwen. Het lef hebben om iets met vertrouwen te doen. En loslaten. Je vindt iets een goed idee, en een leuke groep, en je zegt; ga je gang.”

“Ik probeer vanuit de grondtoon van vertrouwen te werken. Kijk naar je eigen krachten. Probeer niet het systeem te veranderen, maar kijk naar het systeem en hoe je daarbinnen kan opereren. En leg bloot waar dat vastloopt. Anders gaan we met z’n allen zitten wachten, totdat de regering iets verandert heeft. Maar je moet zeggen: hier heb ik last van, dit wil ik anders zien. Het moet van onderaf komen. Je moet niet te veel aandacht geven aan de organisaties, maar aan de mensen die de organisatie maken.

Zodra er geld mee gemoeid is, of de gemeente, gaan mensen bijvoorbeeld weer ‘kwaliteit zitten bewaken.’ Waar heb je het over? En wie gaat dat bepalen? Dan ben je een instituut aan t worden, en dan moet je eigenlijk al stoppen. Dan zie je die hele open structuur alweer in elkaar sodemieteren. Dan is het geen broedplaats meer. Het gaat juist om de vrije gedachte. En de mensen die dat soort gedachten hebben.

reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Zaanstad
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu