"Het is heel goed om de kennis uit te wisselen, anderzijds moeten we er wel voor waken dat we niet te veel gaan kletsen en vooral blijven doen."

De samenleving verandert constant, onze steden zijn in transitie en veranderen met ons mee. De vele verschillende Stadmakers dragen ieder op unieke wijze toe aan deze transitie. Om hier beeld aan te geven gaan we in gesprek met onze Stadmakers. Op deze manier delen we ideeën en toekomstbeelden, zodat we zien welke kant we op gaan.

Elisabeth Boersma studeerde Architectuur aan de TU Delft. Enkele jaren deed ze ervaring op bij verschillende architectenbureaus, totdat ze voor zichzelf begon. Met haar netwerkbureau planB. richt ze zich op stedelijke en sociale transformatiestrategieën, architectuur en grafische vormgeving. Middels een strategische, tactische en operationele wijze zet Elisabeth zich in voor de implementatie van maatschappelijke veranderingen in het ruimtelijk domein. Daarmee verandert haar rol als architect in die van een urban strategist. Gevestigd en werkzaam in Rotterdam, verbreed ze haar horizon in Almere, Friesland, Amsterdam en Tilburg.

Elisabeth, je hebt gestudeerd voor een gespecialiseerd vak dat je nu een aantal jaren in praktijk brengt. Maar hoe is jouw rol als architect in praktijk?

“Vrij snel nadat ik afstudeerde, in 2006, zag je dat opdrachten begonnen te veranderen bij bureaus waar ik toen werkte. Ik vond het bijvoorbeeld heel wrang te zien dat de klanten van een heel mooi interieurbureau waar ik werkte, enorm veel geld aan bijvoorbeeld een ontvangstbalie op hun bedrijfslocatie uitgaven. Vervolgens kwam er een volgende huurder in dit pand en werd er binnen no time weer een nieuwe balie geplaatst. Het voelde als zo’n verspilling, ik voelde me daar niet fijn bij. Er moet toch een andere manier zijn om daarmee om te gaan.

Met het krimpen van de opdrachten ben ik anders naar mijn eigen vak gaan kijken. Hoe kun je weer een nieuwe vraag ontdekken? Ik denk dat een duurzame betrokkenheid van alle partijen die bij de ontwikkeling van een project betrokken zijn vaak ontbreekt. Een ontwikkelaar, woningcorporatie, een gemeente, iedereen is vaak kortstondig betrokken om investeringen snel terug te winnen. Daarna laten ze het los. Als diverse partijen zich langer aan een project committeren en bereid zijn de winst langzamer terug te winnen, is een project in die zin ook veel duurzamer.

Wat voor mij essentieel is, is dat de ontwikkelaar niet de eindgebruiker is. Die kijkt heel anders naar het realisatieproces van een project. Hij kijkt niet vanuit de eindgebruiker. Een vraaggestuurde markt is goed, echter de huidige vraaggestuurde markt is onjuist, omdat de eindgebruiker daarin (nog) geen of te weinig zeggenschap heeft. De markt stuurt, op deze wijze ontstaat mijns inziens niet de gewenste aansluiting tussen het vastgoed en eindgebruikers. Het verdichten van deze kloof vind ik heel belangrijk.

Ik stel voor om het proces juist om te keren. In plaats van vooraf met een ontwikkelaar een plan te vormen, uit te werken, te realiseren en dan pas met de eindgebruikers te gaan praten, zullen we éérst de eindgebruikers moeten vinden. Met hen ga je in gesprek over woon- en/of werkwensen op een bepaalde locatie. Vervolgens ga je gezamenlijk de ontwikkeling in. Op deze manier heb je veel minder risico omdat je de mensen al heel vroeg in een project betrekt en de omgeving ook beter aansluit op de woon-/werkwensen van de eindgebruiker. Dit maakt een project duurzaam: eindgebruikers worden al vroeg in het proces betrokken en denken mee over hun verblijfsomgeving. In die zin is mijn rol als architect in een tijdsvakken in te delen. Normaliter besloeg het vak het ontwerp, nu maak je een plan waarbij je eerst de eindgebruiker zoekt, daarmee gaat experimenteren in bijvoorbeeld gebruik- en woonwensen.

Het proces is hierdoor ook veel langer, ik heb een relatief lang ‘acquisitietraject’, waarna op het eind ‘een stukje uitwerking’ volgt, het architectonisch plan. Dat klinkt een beetje oneerbiedig, want het laatste tijdsvak is heel belangrijk, echter in het eerste tijdsvak worden de risico’s gereduceerd.

In die aanloop-/acquisitiefase, komt alle energie van verschillende mensen bij elkaar, deze energie moet op de een of andere manier bij elkaar gehouden worden. Een dergelijke aanloop kan soms wel 3 jaar duren. Dus je moet actief zorgen dat mensen enthousiast en betrokken blijven, het moet vooruit blijven gaan. Dat is een intensieve taak, ook voor een architect.”

In Tilburg heb je nu al een aantal jaren veel verschillende projecten lopen, terwijl je eigenlijk dus uit Rotterdam komt. Is die rol zich in Tilburg gevormd?

“Ik woon in Rotterdam, vandaar dat mijn bureau daar is gehuisvest. Maar ik werk overal, op dit moment in Almere, Friesland, Rotterdam, Amsterdam en in Tilburg. Als je eenmaal ergens met een project begint, dan komt daaruit vaak weer nieuw werk, zo ook in Tilburg waar ik een aantal projecten doe. Tilburg is een hele leuke stad om in te werken. Het heeft een prettige schaal, en Tilburg staat heel open voor een innovatieve aanpak. Net als vanochtend, een presentatie van de nieuwe bibliotheek op het Wagenerplein. Er bestaat een landelijk concept van hoe een bibliotheek ingericht wordt en daar gaat de opdrachtgever vanaf wijken. Dat vind ik dapper. Dat doet Tilburg. Misschien ligt de oorsprong daarvan in het feit dat Tilburg van oudsher een nijverheidsstad is met veel kunde, daar staan vakmanschap en maatwerk in hoog aanzien.”

Er zijn drie gebieden in Tilburg, die veel op elkaar lijken, waarbij de ontwikkeling versneld wordt. Hier wordt veel geld in gestoken. Is er daarnaast voldoende ruimte voor andere ontwikkeling?

“Ze lijken inderdaad op elkaar maar hebben alleen sterk en een eigen karakter. Het Veemarktkwartier is hoogwaardig in ruimtes en omgeving. De Spoorzone is rauw, hier gaat het over het ontlokken van nieuwe coalities en nieuw ondernemerschap aan de stad. In de Piushaven bestaat de prachtige combinatie van wonen met kleinschalige bedrijvigheid.

De overeenkomsten zitten juist in de wijze waarop deze ontwikkelingen worden aangevlogen. De eigenaren, gemeente en ontwikkelaar willen graag dynamiek op een locatie, dat maakt een plek aantrekkelijk en verkoopbaar. Er wordt gekeken naar hoe beweging op bepaalde locaties kan ontstaan. Met ‘beweging’ bedoel ik dat er gezocht wordt naar ruimte om te experimenten,zodat verschillende partijen een plek écht kunnen maken. Dit genereert activiteiten waardoor mensen naar een locatie komen.

De Spoorzone draagt veel meer conflict in zich, dit gebied stond op het kantelpunt van de crisis, de gebouwen zijn gestript in opmaat naar de permanente ontwikkeling. Toen deze achterwege bleef, moest er enorm veel geïnvesteerd worden, omdat de panden anders niet bruikbaar waren. Als er vastgehouden wordt aan een financiële component, zet dat een tijdelijke ontwikkeling sterk onder druk. Zo’n locatie zit dan vast, iemand moet verlies nemen. Het getuigt van moed dat de gemeente en ontwikkelaar tijdelijk gebruik toch mogelijk hebben gemaakt, ook al is dat net zonder slag of stoot gegaan .

Als we naar de Piushaven kijken, en dan specifiek naar de Bouwplaats, dan zien we een investering van ca 35.000 euro op 3 jaar. Dat is laag, het heeft natuurlijk een hele andere omvang dan de Spoorzone, daarom genereer je mogelijkheden voor jonge startende ondernemers die nog niet veel kunnen investeren maar wel hun bedrijfsconcept kunnen toetsen. Dat genereert voor de stad en de Piuhaven niet alleen de gewenste dynamiek, het levert gelijktijdig weer zo’n 30 innovatieve samenwerkende ondernemers op. Daar gaat, in mijn beleving, het nieuwe ontwikkelen ook over, niet alleen kortstondig ontwikkelen met stenen, maar juist investeren in mensen en daarmee investeren in de lange termijn van het maatschappelijk, economische en ondernemend kapitaal van Tilburg.”

Het Stadmaken lijkt karaktereigenschappen van steden te naar voren te brengen. Hoe kijk jij daar tegenaan als urban strategist?

“Wat nu heel belangrijk is, is dat de verhoudingen tussen overheid en burger aan het veranderen zijn. Dat speelt natuurlijk al vanaf 2008. Maar je ziet nu bijv in de nieuwe omgevingsvisies die gemeenten moeten opstellen opstellen, dat deze sterk gericht zijn op de participatieve, initiatiefnemende burger en de ‘faciliterende’ rol van de gemeente. Het ‘faciliteren’ is een veel gebruikte term, maar nergens is het begrip inhoudelijk gedefinieerd. Dat maakt het zoeken naar die nieuwe verhouding tussen burger en overheid, de handreiking, heel interessant .

In de Spoorzone ben ik o.a. betrokken bij Bij Ons Achter, een buurtinitiatief voor een tijdelijk parkje. Er kan niet van buurtbewoners verwacht worden dat zij op een braakliggend terrein tijdelijk een fijne plek creëren, deze beheren en ook in zijn geheel bekostigen. Je kunt wél gaan kijken hoe je het samen kan gaan doen. Door het betrekken van het De Nieuwe Bibliotheek, WoodWorks, het Textielmuseum, Villa Anna, de gemeente én buurtbewoners ontstaat een coalitie met daadkracht. Een coalitie die vertrouwen uitstraald. Het risico wordt daarmee kleiner, want iedereen zet zich in en het hangt niet allemaal op één buurtbewoner. De een levert tijd, de ander geld, de ander materiaal. Op deze wijze kunnen projecten doorgang vinden en succesvol zijn. Het koppelen van verschillende netwerken, het vormen van nieuwe coalities en daaruitvolgende successen, geeft betekenis, voorbeeld én bestaansrecht aan het stadmaken.

Het zelf willen doen is, zeker in het begin, van essentieel belang. Ook als je kijkt naar steden als Berlijn, daar zijn ook ruimtelijke veranderingen vanuit een soort rebelsheid ontstaan. Die kiem, dat zaadje, dat komt altijd uit een soort onvrede. Deze onvrede probeer je om te draaien: wat kun je er nu zelf aan doen om het beter te maken? En ,wat zou je eraan willen doen? Oké! En, wat hebben we daarvoor nodig? Wie hebben we daarvoor nodig?

Vervolgens zoek je de enthousiaste partijen, en dat is in mijn beleving essentieel, het creëren en het vormen van die netwerken en nieuwe coalities om, in mijn beleving tot, nieuwe stedenbouw en architectuur te komen. In Tilburg komen deze, als je even je best doet, toch snel tot stand. Ik heb ook het idee dat die aanpak heel goed aanslaat bij het karakter van de stad Tilburg. Natuurlijk, in Amsterdam en Rotterdam gebeurt het ook, maar misschien gaat het daar niet altijd zo makkelijk. Dat zijn natuurlijk weer grotere steden, met soms langere afstanden tot de juiste personen. Zelf heb ik het idee dat de gemeente hier heel toegankelijk is, en bereidwillig om in overleg te gaan. In Rotterdam wordt je iets meer van daar naar daar verwezen, want er zijn nog steeds ambtenaren die niet durven te zeggen wat je op bepaalde locaties mag en/of kan doen.”

Het is dus gemoedelijker omdat de lijntjes korter zijn.

“Ja, dat vermoed ik wel. Ook de diverse platforms zoals Pakhuis de Zwijger met de ambassade-bijeenkomsten, (waar ook een editie in Tilburg is geweest) kunnen veel inspiratie, hoop en kennis geven. Als je niet weet waar je moet beginnen is zo’n platform hartstikke waardevol.

Het is heel goed om daar de kennis uit te wisselen, anderzijds moeten we er wel voor waken dat we niet te veel gaan kletsen en vooral blijven doen.”

Is er nog iets anders dat je wilt delen, bijvoorbeeld over Stadmakers?

“Ja DELEN, je kan alles delen. Ja tenminste, ik ben zelf altijd gewend heel open te werken. Ik snap niet waarom je niet zou kunnen delen of vertrouwen hebben in de partijen waarmee je samenwerkt. Zelf vind ik het een hele mooie manier van nieuw samenwerken. Dat probeer ik ook altijd, daarom is mijn bureau planB. ook een netwerkbureau. Zodra ik ergens een klus binnen haal of ergens voor wordt gevraagd, afhankelijk van de specifieke opgave, probeer ik daarbij de partijen te betrekken waarmee ik een goede ervaring heb of in dat onderdeel heel goed zijn. Uiteraard is het ook om de werklast te verdelen maar ik denk toch altijd dat je met z’n tweeën of drieën een kwalitatief beter product kunt neerzetten dan allen. We zouden meer mogen delen. Je raakt constant geïnspireerd omdat iedereen met een andere zienswijze een thema benaderd en zo blijf je zelf ook ontwikkelen. Die continue kennisuitwisseling door ‘discipline-stoelendans’, maakt mij heel blij.”

 

reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Tilburg
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu