"Dit idee valt of staat niet met geld of subsidie. Het gaat vooral om dingen anders organiseren."

Oud ontmoet Jong is een Bredaas project dat generaties met elkaar verbindt door senioren in de wijk bij basisscholen te betrekken. Initiatiefnemer Niels de Beer, winnaar van de TedX Breda Award 2013, inspireert om anders naar dingen te kijken en anders te organiseren. Hij vertelt over de successen en obstakels op het pad van het project dat inmiddels een plek heeft gekregen binnen het actieprogramma innovatie gezondheid, zorg en welzijn van de gemeente Breda.

Hoe is het project Oud ontmoet Jong ontstaan?
De gemeenten signaleerden een landelijke toename van eenzaamheid onder ouderen. Die constatering was gebaseerd op een onderzoek naar eenzaamheid en fragiliteit. In Breda bleken liefst 2.600 ouderen binnen die groep te vallen. Je kunt daar natuurlijk heel traditioneel thuiszorg op zetten. Wij vroegen onszelf af: kunnen we dat niet anders oplossen? Meer vanuit de gedachte om sociale cohesie in wijken te vergroten en intergenerationeel denken. Er is toen een pilot-project opgezet met de gemeente Breda, basisschool van INOS, thuiszorgorganisatie en de Avans Hogeschool. De opgedane inzichten combineerden we met die van bestaande onderzoeken. Als ouderen gestimuleerd worden om maatschappelijk actief te blijven, komt dit ten goede aan de gezondheid en voor kinderen is het natuurlijk leuk om niet vanuit boeken, maar vanuit storytelling te leren. Dat was de koppeling die we vonden.

Welke kansen en obstakels kwam je tegen?
De pilot op kleine schaal was een aanleiding om met verschillende partijen, zoals scholen, bedrijven, zorg en gemeente, te praten. Dat leverde nuttige input op. Vooral het MKB in ICT, technologie en zorg zag kansen. Er ontstond ook weerstand. De vraag in de zorg is hoe kunnen we het inpassen binnen de huidige financieringsvormen en verantwoordelijkheden. Waar valt het onder? Het paste gewoonweg niet in bestaande systemen. Dat frustreerde de energie. Het leidde tot aanpassing van het oorspronkelijke concept. Via een aantal docenten kwam een verbinding tot stand met scholen. De vernieuwde focus werd het verbinden van ouderen en jongeren in het basisonderwijs. Een positionering los van de oorspronkelijke rondom zorg en technologische innovatie in de vorm van bellen via beeld (Skypen).

Wat hoop je uiteindelijk te bereiken?
Mijn doel is om te laten zien dat je zorg en ouderen op een andere manier kunt benaderen. Door naar gezondheid te kijken in plaats van zorg. En door anders te denken over ouderen. We moeten ouderen niet kwalificeren naar wat ze niet kunnen, als “zorgbehoevenden met complexe zorgvragen”. Ook al ben je oud of heb je een bepaalde ziekte, iedereen kan iets. Obstakels ombuigen tot kracht zal er uiteindelijk voor zorgen dat mensen gezonder en gelukkiger worden. In andere landen, zoals bijvoorbeeld Japan, hebben ouderen binnen gemeenschappen juist veel aanzien en worden ze gewaardeerd om hun wijsheid. Het zou mooi zijn als we het structureel kunnen inpassen. Dat de school een gebouw in de buurt is waar de deuren open staan, waar de kennis en kunde van ouderen worden gewaardeerd en waar zij iets voor anderen kunnen betekenen. Daar zijn genoeg mogelijkheden voor.

Wat is volgens jou de meest essentiële stap?
De bottleneck is: Hoe gaan we het organiseren? En dat gaat het niet om zoeken in oplossingen binnen je eigen sector en hetgeen je altijd al deed, maar om andere verbindingen leggen. Mijn insteek daarbij is vooral “doen”. En niet eerst alles uitdenken in allerlei modellen, kaders en financieringsstructuren. Maar juist iets collectief laten ontstaan. Om daardoor uit te vinden waar de meerwaarde zit. Bij veel initiatieven zien de partijen vooraf de winstsituatie niet. Doordat ze gebonden zijn aan bestaande zorg- of onderwijsprogramma’s, structuren en systemen. Ze omarmen het wel, alleen door het systeem zeggen ze “ja daar kunnen we niks mee.” Maar het kan de stad wel iets opleveren. En ook buiten de kaders en zonder subsidies zijn er volop mogelijkheden. ‘Het onderwijs heeft bijvoorbeeld allerlei ‘vrije lijnen’ waarin je bottom-up initiatieven kunt organiseren. Verder kun je al veel bereiken door gewoon de ouders van kinderen of een wijk erbij te betrekken.

Welke rol zie jij voor de stadsambassade in Breda?
De aanjaagfunctie. Een proces als dit heeft een aanjager nodig. Nu ben ik dat. Maar andere mensen mogen het ook gaan doen. Want als ik het niet had gedaan, was er natuurlijk niks gebeurd. De rol van de stadsambassade kan zijn het onder de aandacht brengen van de initiatieven die er zijn. En het zit ‘m echt niet in de kwantiteit. Er zijn onwijs veel initiatieven. Een groter podium kan ervoor zorgen dat meer mensen mee gaan doen. Want het gaat er uiteindelijk om hoe we ze daadwerkelijk kunnen laten landen bij de mensen die het nodig hebben. Dan kan iedereen zien dat het van waarde is.

reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Breda
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu