"Als je kijkt naar het stedenbouwkundige plan, zie je dat de grootste prioriteit bij veiligheid ligt. Er mogen nergens hangjongeren zijn, dieren worden geweerd. Is het niet nodig in zo’n gebied met kunst daar een beetje tegenin te gaan? Vragen over te stellen?"

Station Utrecht Centraal: het transitiegebied wat zelf altijd in transitie is; door de grootschalige verbouwingen, door de grote stroom van passanten die dagelijks voor de meest uiteenlopende redenen het gebied doorkruist. Voor dit gebied heeft Public Works zes kunstenaars(duo’s) aangetrokken, die zich langere tijd met het gebied verbinden en nieuw werk, speciaal voor en door de locatie gemaakt, presenteren. Public Works focust op de mensen die zich in het gebied verplaatsen, er wonen en werken. De kunstwerken staan tussen de stroom van mensen, met de bedoeling een nieuwe blik te werpen op wat de publieke ruimte is en kan zijn, andere manieren van ruimte én gemeenschap maken worden geboden, waar het publiek een constituerende rol in heeft en wordt uitgenodigd om te participeren. 

‘Bij de gemeente Utrecht is het al heel lang een traditie om voor plekken die in transitie zijn, geld voor kunst te reserveren’, vertelt Nicolette Gast van Kunst in het Stationsgebied, tevens een van de vier curatoren van Public Works. ‘Eigenlijk is het een voortzetting van de oude percentageregeling, toen een percentage van de (ver)bouw van overheidsgebouwen voor beeldende kunst werd aangewend. Vroeger werden deze opdrachten aan gebouwen gekoppeld, nu koppelen we ze aan hele gebieden. De gemeente werkt dan soms samen met een stichting, in dit geval Kunst in het Stationsgebied.’

Hoe hebben jullie dat aangepakt, kunst in Hoog Catharijne?

Nicolette: ‘We onderzoeken al jaren wat voor kunst er in dat hele moeilijke gebied mogelijk is. We wilden niet meteen met permanente kunstwerken komen, dus we hebben we in 2013 een tentoonstelling georganiseerd Call of the Mall. Toen hebben we dertig kunstenaars gevraagd te reageren op het gebied, met name in het winkelcentrum Hoog Catharijne. Dat hele winkelcentrum is nu van het Franse vastgoedbeheerbedrijf Klépierre dat zich op Europese winkelcentra richt. In die tijd was het nog in handen van het Nederlandse bedrijf Corio, waar we heel goed contact mee hadden en waar heel veel mee mogelijk was. Zij gaven ons carte blanche, we mochten de meest gekke dingen doen; midden in de winkelgangen werken installeren, noem maar op. We hebben bijvoorbeeld Ester van de Wiel gevraagd om een heel grote moestuin te maken op het dak (de Tuinfabriek), met kippen en bijen, die er nog steeds is. Dat was het begin om te testen wat er in het gebied nog meer mogelijk was. Wat we merkten was dat de kunstwerken die op normaal ontoegankelijke plekken stonden, waarvan wij dachten dat mensen ze heel leuk zouden vinden, − zoals beneden in de kelder van Hoog Catharijne, of in het oude, in onbruik geraakte Mirliton theater – minder werden bezocht. Mensen beperkten zich tot het winkelgebied en zagen daar allerlei kunstwerken als ze aan het shoppen of op weg naar de trein waren, maar dat speuren vonden ze minder leuk. De mensen die geïnteresseerd zijn in kunst deden dat wel, maar het brede publiek niet.

PW

Na die manifestatie zijn we na gaan denken over het vervolg: permanente werken of meer try-outs. Omdat de verbouwing nog lang niet af was besloten we kunstenaars te vragen om zich langer met het gebied te verbinden, langer onderzoek te doen naar de mogelijkheden ervan. We hebben van tevoren vastgelegd wat we belangrijk vonden: dat kunstenaars zich niet zouden focussen op de hardware (de architectuur) − dat zie je heel vaak in de openbare ruimte − maar zouden kijken hoe het gebied in transitie functioneert en daarop reageren. Wij vinden de totale hectiek de bijzonderheid van dit gebied; er is een grootscheepse verbouwing bezig en daarnaast rent iedereen van A naar B. Dus de kunstenaars moesten iets doen met die hectiek, kunstwerken maken die op andere plekken niet mogelijk zijn. We wilden geen grote en bekende buitenlandse namen, omdat Call of the Mall ons had geleerd dat zij wel komen en een werk willen maken, maar geen tijd hebben zich in het gebied te verdiepen en langdurig onderzoek te doen. We hebben nu onder de titel Public Works zes kunstenaars(duo’s) gevraagd zich met nieuw werk voor langere tijd aan het stationsgebied te verbinden; Berend Strik en Aziz Bekkaoui, Marcus Coates, Sander Breure & Witte van Hulzen, PolyLester (Gabriel Lester & Martine Vledder), Constant Dullaart, en HeHe (Helen Evans & Heiko Hansen).’

De Aura van PolyLester

Een interessant gegeven is dat er veel bedrijven in het gebied zitten: NS, ProRail, Rabobank, SNS Bank, Klépierre, de Jaarbeurs. Met al die bedrijven is de organisatie van Public Works gaan praten. Zij beheren samen een Ondernemersfonds, en hebben een bepaalde sleutel bedacht om daar geld in te storten. In overleg besluiten zij wat ze met het geld gaan doen, wat voor dat gebied bestemd is. Nicolette: ‘Alle partners van dat fonds besloten dat het een goed idee was om ons te ondersteunen; ze zijn ook erg met ons verbonden.

Wat alle stakeholders belangrijk vinden is dat mensen die normaal niet in musea of galeries komen, dus niet geconfronteerd worden met beeldende kunst, in het stationsgebied en passant met kunst in aanraking komen. Ze mogen het mooi of lelijk vinden, ze hoeven het niet eens te herkennen als beeldende kunst, als ze het maar zien. Kunst zorgt er daardoor vaak voor dat je anders naar zo’n gebied gaat kijken en het op een andere manier gaat ervaren.’

Is dat de meerwaarde die kunst heeft of geeft aan de publieke ruimte?

‘Bij Call of the Mall was er een theepot, Celestial Teapot van Lily van der Stokker’, vertelt Nicolette. ‘Die bevindt zich ook nog altijd in het gebied; hij staat nu tijdelijk op het dak van de parkeergarage, maar die stond op de traverse. Mensen vroegen zich af wat zo’n bloemetjestheepot van zes meter hoog op dat dak doet. Lily zag een gebied wat totaal verzakelijkt was en wilde aandacht voor het kleine menselijke contact. De theepot stond hiervoor symbool en verwees naar het gezamenlijk drinken van een kopje thee. Kunst op Hoog Catharijne moet mensen prikkelen, zodanig dat ze erover na gaan denken wat ze zien.’

‘Het is eigenlijk eenvoudig’, zegt Nicolette. ‘Als mensen in de gevangenis zitten, is een van de eerste dingen die ze doen schrijven of tekeningetjes op de muur maken; mensen kunnen helemaal niet zonder kunst. Ik denk dat als de publieke ruimte helemaal zonder kunst zou zijn, het echt een heel andere plek was. Wij denken dat het een urgent onderdeel is om de publieke ruimte te veraangenamen, maar ook om vragen aan te stellen. Denk aan De Natuurkalender van Marcus Coates; samen met biologen van de universiteiten van Wageningen heeft hij uitgezocht wat er elke dag in Utrecht gebeurt op het gebied van natuur. Dat wordt op een heel groot bord aangekondigd en eens in de twee weken doet hij een performance die daaraan gerelateerd is. Er wordt veel getwitterd over dit kunstwerk; elke dag zien mensen een andere tekst en sommigen twitteren dan zoiets als “NS werkt samen met Natuurmonumenten” en anderen twitteren dan “Oh nee, ik geloof toch dat het kunst is, want ik zie hier een kinderklas, verkleed als glimwormpjes”. We hebben ook gemerkt dat veel hangjongeren lang bij de performances van Sander Breure & Witte van Hulzen blijven staan en het ontzettend leuk vinden. Ze vroegen of ze met de acteurs mochten praten, wat ook is gebeurd. Je ziet dan dat kunst in zo’n gebied ook echt wat kan betekenen, op allerlei manieren.

De Natuurkalender van Marcus Coates

Er is een ander werk, de Aura van PolyLester, waar mensen in gaan zitten en met elkaar praten, ze verbazen zich over het feit dat je de wereld zo op een andere manier ziet. Dit kunstwerk gaat er echt over dat je een rustplek hebt in de hectiek waar je even tot stilstand kunt komen. Het trekt veel migranten aan. Het is dus ook een soort ontmoeting, samenkomen.’

Zonder interactie worden steeds minder mensen bereikt. Dat interactie belangrijk is, ziet Nicolette terug in de winkel wat een onderdeel is van het werk Everyman van Berend Strik en Aziz Bekkaoui. ‘Gewoon, een modewinkel, denken sommige mensen tot ze denken: “Wat raar, hier staan goedkope spullen, en ineens is er een dure kashmirjas”. Berend en Aziz hebben heel bewust over die mix nagedacht. Aan de ene kant trek je er mensen heel makkelijk mee naar binnen, en gaan ze vragen stellen. We hebben daarom ook gastvrouwen die snel op bezoekers toestappen en vragen of zij meer willen weten over het project en met name de voorstelling Everyman die zij hier aan het voorbereiden zijn en die het laatste weekend van oktober en het eerste weekend van november hier op locatie te zien zal zijn.

Aziz, die tevens modeontwerper is, geeft ook gratis dingen weg als mensen geen geld hebben, maar iets heel mooi vinden. Hij vindt het belangrijker dat mensen blijven om naar het verhaal te luisteren dan dat er spullen verkocht worden. Onze partners NS en ProRail zijn zo enthousiast dat ze een modeshow van Aziz in de stationshal willen die op 3 november te zien zal zijn. Begin oktober kwam een mevrouw van de Jaarbeurs langs in het atelier van Berend en Aziz en zei “Eindelijk een ander soort winkel hier in Hoog Catharijne, er zijn verder alleen maar ketenwinkels. Ik heb binnenkort een retailbeurs, kunnen jullie daar iets mee doen?” Toen hebben we daar een sessie gehouden over de vraag hoe de toekomst van de retail eruitziet, waarbij mensen hun ideeën op een grote mannequin hebben geplakt waardoor er een visuele mindmap ontstond.

Flyer van muziekvoorstelling Everyman

Constant Dullaart heeft een openbaar Wifinetwerk door het stationsgebied aangelegd om onze toegang tot informatie op het internet ter discussie te stellen. Ik heb de indruk dat vooral jongeren en toeristen daarop af komen. Zij blijken het heel leuk te vinden om terecht te komen op zijn gemanipuleerde website. Constant is de meest politieke kunstenaar die we hebben aangetrokken. Naar zijn mening zijn mensen er zich te weinig van bewust dat zodra zij ergens inloggen, hun data gelezen en verkocht wordt. Toevallig is daar ook een rel over in Utrecht. Lokale politici kwamen erachter dat in alle winkelstraten apparaten staan die precies uitlezen waar je loopt, welke winkel je binnengaat, hoe lang je daar blijft, en verkoopt die data aan commerciële bedrijven. Mag dat zomaar?’

Merciless Separation van Constant Dullaart

Als je kunst actief naar het publiek en de publieke ruimte brengt, worden kunstenaars dan ook (mede)verantwoordelijk voor wat er in die openbare ruimte gebeurt?

‘De vraag is wat openbare ruimte is. We merken hier in dit gebied dat elk stukje grond weer een andere eigenaar heeft, dus zo openbaar is dit gebied eigenlijk niet. Ik denk niet dat je kunstenaars verantwoordelijk kunt maken voor wat er in een openbaar gebied gebeurt als zij daar interveniëren, maar we hebben wel kunstenaars gevraagd die daarmee bezig zijn. We hebben niet gekozen voor statische beelden op een sokkel. Toen de performance van Sander Breure & Witte van Hulzen begon, eisten zij dat er geen publiciteit aan werd besteed. Zij wilden dat het kunstwerk langzaam ging groeien en erkend werd als kunst in de openbare ruimte, ook al gaat het om beweging en performance. Er verschenen filmpjes op Facebook met de vraag “Weten jullie wat dit is, is dit een stunt? Wie zijn dit?”. Langzaam kwamen mensen erachter dat ze er alleen op werkdagen stonden. Dat is een hele andere manier om met kunst en de openbare ruimte om te gaan. De kunstenaars gaan nu kijken of ze met de filmpjes, die mensen hebben gefilmd en gepost, een nieuw kunstwerk kunnen maken. Die natuurkalender van Marcus Coates vult aan wat er ontbreekt in het gebied. Als je kijkt naar het stedenbouwkundige plan, zie je dat de grootste prioriteit bij veiligheid ligt. Er mogen nergens hangjongeren zijn, dieren worden geweerd. Is het niet nodig in zo’n gebied met kunst daar een beetje tegenin te gaan? Vragen over te stellen? Daarom is de performance van Sander en Witte op de drukste plek van het station, waar alle mensen naar de trein van Amsterdam gaan. Dat is behoorlijk ontregelend. Wat gebeurt er dan? Daarom laten we, net als bij Call of the Mall, publieksonderzoek doen bij Public Works, observaties, maar ook interviews. Daar komen heel opmerkelijke dingen uit. Zoals bijvoorbeeld bij de Aura dat er vooral migrantenfamilies zitten. Of dat Sander en Witte nu een fanclub hebben. Conducteurs houden bij hen hun lunchpauzes en blijven daar dan een uur staan. Er was zelfs een mevrouw die heel rustig werd van die performances, en dus dagelijks drie uur naar hun performance kwam kijken. Zonder onderzoek zouden die effecten niet aan het licht komen.’

Public Works is nog te ervaren tot juni 2017. How can we know the dancer from the dance?  van Sander Breure en Witte van Hulzen eindigt op 28 oktober en Merciless Separation van Constant Dullaart op 31 oktober, 2016. De ruimte van Berend Strik en Aziz Bekkaoui, met winkel, atelier en oefenruimte voor de muziekvoorstelling, is nog doorlopend te ervaren, maar de première van de muziekvoorstelling op locatie is op 28 oktober en loopt tot 6 november (klik hier voor kaarten). Kijk hier voor de hele Public Works agenda.

reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Utrecht
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu