"Wat ik altijd probeer, en wat social design ook anders maakt dan kunst, is om de systemen rond een vraagstuk te veranderen. Het is de ambitie om voorbij die ontregeling ook echt iets te regelen."

Hoe kunnen kunstenaars zich verhouden tot stedelijke en sociale processen? Maatschappelijke systemen die niet meer werken moeten herontworpen worden en dat kan, volgens social designer en intendant, Tabo Goudswaard, juist goed in samenwerking met kunstenaars. Kunstenaars lossen problemen niet op, maar maken ze juist groter waardoor ze op een andere manier te benaderen zijn. Het is belangrijk dat kunstenaars door maatschappelijke partijen betrokken worden bij de aanpak van vraagstukken, zonder dat hun manier van werken direct kwantificeerbaar moet zijn. Cultuurfonds The Art of Impact geeft kunstenaars en designers de mogelijkheid om dit te laten zien en te ontwikkelen. Hoe ze dit doen? Tabo Goudswaard legt het uit. 

Goudswaard maakt al aan het begin van het gesprek duidelijk dat hij op dit moment twee rollen vervuld waar hij zich hard voor inzet. Hij studeerde ooit aan de Gerrit Rietveld academie en de No Academy en is nu actief als social designer voor een veeltal aan kunstprojecten. Goudswaard houdt zich op dit moment ook bezig met het ontwerp op meta-niveau van hoe kunstenaars en designers zich verhouden tot maatschappelijke processen en zelfs een onmisbare rol daarin kunnen vervullen. Hij is als kunstenaar ook verbonden aan het innovatieve consultancybureau Twynstra Gudde. Samen met zijn team binnen Twynstra Gudde verbindt Goudswaard kunstenaars, theatermakers, ontwerpers en fotografen aan ministeries en andere instanties wanneer er systemen in de maatschappij niet meer goed functioneren.

De impact van kunstenaars
Kunstenaars worden vaak gezien als buitenbeentjes en hebben zichzelf volgens Goudswaard ook in die positie gemanoeuvreerd. ‘De kunstwereld en het maatschappelijk werkveld werken anders, vinden andere dingen belangrijk en spreken elkaars taal niet.’ Hoe kunnen kunstenaars dan toch waardevol zijn voor maatschappelijke kwesties? Goudswaard gelooft dat juist nu er zoveel falende systemen zijn, het repertoire van kunstenaars een welkome en broodnodige aanvulling is. ‘Als kunstenaar kan je intuïtief en inefficiënt werken, niet-weten, twijfelen, proberen en mislukken mag. Kunstenaars hebben de mogelijkheid om agendaloos en zonder dwingende systeemregels naar processen te kijken. Ze stellen fundamentele vragen en kunnen goed vanuit menselijk perspectief kijken. Doen wat nodig is en niet doen wat hoort.

Goudswaard geeft het huidige kunstproject ‘Mag Stad‘ in Amsterdam-Noord als voorbeeld. Dit project onderzoekt de mentale ruimte die burgers en professionals ervaren om initiatief te nemen. Hierbij worden de huidige regels omtrent bottom-up initiatieven volledig buiten beschouwing gelaten, onverwachte initiatieven en dagelijkse praktijken worden ineens als een initiatief gepresenteerd. Het onderzoek raakt precies waar ook Nieuw Nederland over gaat. ‘Hoe sluit het dagelijks leven van mensen en initiatiefnemers aan op de participatietrajecten van overheden en kan je hiervoor nieuwe afwegingskaders ontwerpen? Vaak is het behoefte van beleidsmakers dat er op een braakliggend terrein wel iets mag komen wat burgers mogen invullen. Terwijl de belangstelling misschien wel ergens anders ligt en bewoners zich bezig willen houden met andere dingen.’ ‘Straatraces langs de kade, Mag dat?’ Uit het kunstproject kwam onder andere naar voren dat er een Damesbende van Buiksloot actief is in Amsterdam-Noord. Dit is een groep gepensioneerde dames die de buurt scherp in de gaten houdt en eigenhandig orde op zaken stelt. Vanuit het project worden nieuwe vragen gesteld aan beleidsmakers en burgers en het biedt een nieuw perspectief op wat er mogelijk is.

invalideparkeerplaats-groter-maken-mag-dat

The Art of impact
Om te laten zien hoe effectief kunstenaars de samenleving kunnen vormgeven is er het tweejarig cultuurfonds The Art of impact opgezet in opdracht van minister Jet Bussemaker (OCW) en de zes landelijke publieke cultuurfondsen: Fonds Podiumkunsten, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, het Mondriaan Fonds, het Nederlands Letterenfonds, het Fonds voor Cultuurparticipatie en het Nederlands Filmfonds. Het fonds heeft zeven miljoen ter beschikking voor kunst met een maatschappelijk impact. Als intendant is Goudswaard verantwoordelijk voor het selecteren van zo’n 50 projecten. De projecten krijgen 30.000 euro en Goudswaard begeleidt ze in het impact maken op de samenleving.

Een van de eerste vragen die opkomt, en wellicht ook een van de meest gestelde, is hoe je die impact expliciet maakt? Hoe meet je de impact? Volgens Goudswaard wordt er vrij automatisch gedacht over impact als iets wat meetbaar is aan het eind van een project. In de zin van bezoekersaantallen of andere meetbare resultaten. ‘Als dat lukt is dat heel mooi, maar het causale verband tussen diepere maatschappelijke effecten en jouw werk is vaak moeilijk aan te tonen.’ Bij de The Art of Impact is een onderzoeksbureau betrokken dat onderzoek doet naar de door ons ondersteunde projecten: waar en hoe weten kunstenaars en maatschappelijke domeinen elkaar te vinden en wat heeft dat opgeleverd? Hierbij staat onder meer de vraag centraal hoe artistieke acties effect hebben op maatschappelijke werkprocessen.

‘Een voorbeeld van een typisch artistiek effect is dat de boel ontregeld wordt, gespiegeld of uitgedaagd. Dat kan confronterend zijn. Misschien ben je als organisatie zelf wel onderdeel van het probleem. Maar als je de samenwerking tussen een kunstenaar en een bedrijf goed inricht en de juiste verwachtingen creëert dan kan het heel waardevol zijn en zorgt het voor goede zelfreflectie. Dan wordt ineens duidelijk hoe de praktijk rond een vraagstuk in elkaar zit; wat de paradoxen zijn; wat het systeem in stand houdt; wie er allemaal onderdeel van uitmaken.’

Het op de goede manier inrichten van de samenwerking tussen kunstenaars en maatschappelijke partners, vindt Goudswaard van groot belang. ‘Juist omdat de kunstwereld en het maatschappelijk werkveld anders werken, andere dingen belangrijk vinden en een andere taal spreken is de samenwerking kansrijk, maar ook ingewikkeld.’ Om dat beter te laten gaan en er extra aandacht voor te krijgen bedacht Goudswaard de ‘Impact Award, een kunstprijs voor niet-kunstenaars.’ Een prijs om het belang hiervan te benadrukken en mensen te stimuleren om een rol te pakken als impactproducent van geëngageerde kunst. Vera Bachrach van De Tostifabriek had de eer om de eerste Impact Award in ontvangst te mogen nemen. Bachrach won de prijs voor haar rol als impactproducent bij De Tostifabriek. Ze werd geprezen om haar doorzettingsvermogen bij de weerstand die er was en het verbinden van de verschillende partijen.

Het type kunstenaar
Wat vraagt het van een kunstenaar? Welk type kunstenaar moet je zijn om die samenwerking aan te gaan? Volgens Goudswaard heerst een grote angst bij sommige kunstenaars om ‘geinstumentaliseerd’ te geraken als het gaat om maatschappelijk geëngageerde kunst. ‘Deze angst is ongegrond. Het autonome en het artistieke blijft het uitgangspunt. Daar ligt je toegevoegde waarde, en het is ook interessant te onderzoeken hoe dat waardevol en productief kan worden in een samenwerkingsproces met de maatschappelijke praktijk.’

Goudswaard werkte met zijn collega’s van Twynstra Gudde aan een probleem van Rijkswaterstaat en de Gemeente Amsterdam rond de grootschalige verbouwing van de A9 Gaasperdammerweg. De omgeving staat een intensieve en langdurige bouwperiode te wachten met veel overlast. In plaats van alleen maar na te denken over hinderbeperking ontwiepen Goudswaard en z’n collega’s een hele nieuwe manier van kijken naar deze zes jaar durende bouwfase voor de omgeving.

Het voorstel wat ze deden was om het project A9 Gaasperdammerweg te gaan zien als een tijdelijke economie. En om met betrokken partijen een social enterprise op te richten, die maatschappelijk rendement nastreeft en verschillende investeringen doet: ‘De Buurbouw, de plek waar de A9 en Amsterdam Zuidoost elkaar ontmoeten. Een kansenteam vanuit de betrokken organisaties onderzoekt nu blijvend de mogelijkheden om het rendement van de social enterprise te vergroten. Een concreet voorbeeld is de realisatie van de A9-Academie, waarbij mensen een aanvullende startkwalificatie kunnen opdoen.

Wat moet een kunstenaar kunnen om in zo’n omgeving te werken? ‘Nadat je het eerst ingewikkelder hebt gemaakt voor de opdrachtgever, moet je uiteindelijk wel kunnen uitleggen waarom jouw persoonlijke voorstel – vaak duur, een beetje raar en niet efficiënt – beloftevol is voor de verschillende betrokkenen. Dat nieuwe auteursgedreven voorstel van de kunstenaar kan een uitweg zijn in maatschappelijke systemen die vast zitten. Het is de kunst de betrokkenen te enthousiasmeren voor dat gezamenlijke avontuur. Je weet niet wat het zal brengen, zonder garantie op succes. Maar het alleen al samen proberen is zeer waardevol.’

Tabo Goudswaard zal tijdens de City Makers Pre-Summit op 4 en 5 februari tijdens de expertsessie aanwezig zijn bij de sessie: Redesigning Democracy.

 

Betrokken stadmakers
Tabo Goudswaard
Social Designer
reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu