Maastricht

Maastricht
  • Architectuur
  • Kunst & cultuur
Pleidooi voor schaal en sociale inclusiviteit
Saskia van Stein is directeur van Bureau Europa in Maastricht, wat in 2006 is opgezet als dependance van het voormalige Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam. Sinds 2013 opereert de organisatie onafhankelijk als platform voor architectuur, landschap en design. Bureau Europa presenteert tentoonstellingen en activiteiten over architectuur, design, media en stedelijkheid, vanuit een breed cultureel perspectief. Saskia is daarnaast actief in jury’s, als moderator, bestuurslid van adviescommissies van culturele instellingen, spreker en curator. Zo was zij tweemaal mede-curator van het Nederlandse paviljoen van de Biënnale in Venetië, in 2008 met Archiphoenix, Faculties for Architecture (i.s.m. Stealth.ultd) en in 2010 met VacantNL (i.s.m. onder andere RAAAF). Zij was ook betrokken bij de programmering van het succesvolle tijdelijke Sphinxpark  in Maastricht. Wat is de impact van het concept participatiemaatschappij op de stedenbouw? ‘De introductie van het concept participatiemaatschappij ging indertijd gepaard met een terugtrekkende overheid en het faillissement van de Amerikaanse bank Lehman Brothers in 2008. Er moest een bewustwording op gang komen bij de niet-zelfwerkzame burger. Deze moest beseffen dat zij/hij als burger een actieve bijdrage zou moeten leveren aan de samenleving. De burger wordt in dat proces van transitie echter amper bij de hand genomen. In de architectuur veranderde er ook iets: de aandacht verschoof naar immaterialiteit. Niet langer het object, maar het proces kwam centraal te staan; er kwam een focus op de ontwikkeling van strategieën om mensen te mobiliseren in plaats van te instrumentaliseren. Willen wij de participatiemaatschappij serieus nemen, dan hebben wij nog een lange weg te gaan. De spilvraag voor de architectuur is momenteel hoe we zaken weer in beweging krijgen: hoe houden we onze steden leefbaar en hoe om te gaan met financiering? Architecten onderzoeken allerhande alternatieve financieringsmogelijkheden en nemen momenteel zelfs enorme risico’s. Zo moest de initiator Space & Matter van De Ceuvel, een broedplaats voor culturele en sociale innovatie in Amsterdam Noord, een tweede hypotheek op de eigen woning nemen om dat project van de grond te tillen. De impact van de participatiemaatschappij op de stedenbouw op lange termijn moet nog blijken. Het antwoord op de vraag of het concept louter symboolpolitiek is, of een wezenlijke poging sociale en democratische processen serieus te nemen, is ook nog niet duidelijk.’ Hoe zie jij de verhouding tussen bottom-up en top-down in de stedenbouwkundige ontwikkelingen? ‘Iedereen is het erover eens dat de verhouding tussen bottom-up en top-down de vraag is voor de komende periode. Die twee werelden van bottom-up (burger) en top-down (markt/overheid) moeten elkaar ontmoeten, maar hoe dat precies en duurzaam moet, is niet duidelijk. Een vraag die bij de kwestie van de verhouding tussen bottom-up en top-down hoort is namelijk: hoe communiceer en creëer je inspraak en burgerschap? Misschien kan die ontmoeting vanuit de technologische hoek worden gefaciliteerd, maar we zouden de oplossingen voor hedendaagse gemeenschappen juist in het fysieke moeten zoeken. Initiatieven zoals e-democratie en datademocratie bereiken namelijk maar een selecte groep. Senioren bijvoorbeeld vallen bij e-democratie al gauw buiten de boot, terwijl zij ook beschikken over kennis die zij moeten overdragen aan een volgende generatie en dus niet over het hoofd moeten worden gezien bij e-democratie. Het is daarom belangrijk inclusiviteit te borgen, en in te bouwen. Het is niet alleen belangrijk dat bottom-up bewegingen meer ruimte krijgen, het is minstens zo belangrijk top-down op waarde te schatten, omdat kennis nodig blijft om te werken aan grootschalige vraagstukken, zoals waterhuishouding, energievoorziening en duurzaamheid. Dat kan niet aan een referendum, of een groep gemotiveerde burgers worden overgelaten, zeker niet zonder de ‘plicht’ zich diepgaand in te lezen in een onderwerp. Ik verwacht wel dat beide werelden in de toekomst veel fundamenteler op elkaar zullen gaan inwerken. Als de 20ste eeuw ging over de hardware van de stad, dan gaat de 21ste eeuw over de software en met name de orgware (organisatie).’ Wat zijn contemporaine waardes in stedenbouw waar architecten en designers nu en in de toekomst niet omheen kunnen volgens jou? ‘De bottom-up beweging is afgedwongen en leidt over het algemeen tot een bepaald soort esthetiek, met veel pallets en grenen. De vraag is: wat ben je aan het ontwerpen? Voor wie maak je wat, hoe maak je het, wat is de sociale waarde ervan, hoe bouw je aan een 21ste eeuws model van de samenleving, hoe voorkom je geïnstrumentaliseerd te worden door verschillende geldstromen, wat is een menselijke maat? De architect wordt nog altijd gezien als hoeder van zijn broeder: een architect probeert de publieke zaak te dienen, een ruimtelijk oplossing te verbeelden en een goed ontwerp kan het verschil maken. We zijn als samenleving klaar voor een systematische verandering, bijvoorbeeld sociaal of ecologisch, dit kan met behulp van de verbeelding van architecten. Zij kunnen ruimte vinden in complexe situaties die vast lijken te zitten. We hebben te lang de ogen gesloten voor gewild wonen; de vraag naar wat de bewoner wil kan nu genuanceerder worden gesteld. Er zijn immers nieuwe vormen van wonen die passen bij deze tijd, zoals drie mensen die samen een kind opvoeden. Daarom moeten we naar intelligentere ontwerpstrategieën. Bottom-up en participatie spelen een heel belangrijke rol, maar we hebben ook mensen nodig die ruimtelijk-strategisch kunnen denken; iets wat niet uit het oog verloren mag raken. De tijd van iconen bouwen is nagenoeg voorbij. We zitten nu met een generatie architecten die goed kan ontwerpen, maar niet geleerd heeft om met minder geld of demografische krimp werken; die moeten wij nieuwe toolboxen aanreiken. Een initiatief als Stadsklas van Stroom Den Haag probeert dat. Hierin dragen mensen uit de praktijk en in gesprek met elkaar allerlei kennis en vaardigheden over. Stadsklas introduceert de complexiteit waarin architecten vandaag de dag moeten werken, en biedt een nieuwe manier van denken aan, om van daaruit opnieuw te beginnen, vanuit verschillende perspectieven. Voor opleidingen ligt hier een belangrijke opgave: die moeten ook inspelen op de veranderende attitude. De traditionele focus op techniek behoudt zijn waarde, is zelfs onontbeerlijk, maar het denken moet ook meebewegen. In het zuiden hebben we de Stad.Academie, een gelijksoortig initiatief van Studio Stad, Bureau Europa en de Gemeente Maastricht. Andere manieren van lesgeven, met een andere lesinhoud, worden nu al wel beoefend.’ Strelka, een instituut dat in 2009 werd opgericht met als doel het culturele en fysieke landschap van Rusland te veranderen, is daar een goed voorbeeld van. Strelka is een niet-gouvernmentale organisatie met een multidisciplinair ingericht academisch programma, waarbij studenten als onderwerp altijd de stad nemen, maar deze vanuit verschillende disciplines benaderen, bijvoorbeeld vanuit de sociologie, architectuur, politicologie of cultuurwetenschappen. The Why Factory, onderdeel van de Technische Universiteit Delft, is een ander voorbeeld. Hier worden workshops en discussies georganiseerd, boeken en tentoonstellingen gemaakt. Daarmee wordt het debat over architectuur en stedenbouw gestimuleerd en een internationaal publiek bereikt. The Why Factory entameert visionair denken in architectuur en stedenbouw. Innovaties komen voort uit ontwerpend onderzoek, gericht op de toekomst. Studenten leren samen te werken en mogen, als onderdeel van het leerproces, falen. Wat zie jij als de grootste uitdaging voor toekomstige stedenbouw? ‘Ik zie verschillende uitdagingen. Allereerst sociale inclusiviteit, we zijn te ver doorgeschoten. In het huidige economische systeem vallen mensen buiten de boot, zo wordt sociale woningbouw nu gesloopt of verkocht. Ten tweede schaal: het wordt lastiger grote projecten van de grond te krijgen. Stedenbouw is na de Tweede Wereldoorlog een industrie geworden, het was toen noodzakelijk grootscheeps op te bouwen, maar we zitten nu in een tijd met andere behoeftes. We moeten naar een ander soort schaal en andere vragen. De kwaliteit van de publieke ruimte hoort daar ook bij als vraagstuk. De ruimtelijke omgeving heeft invloed op het gevoel, dat is zo eenvoudig als de materialiteit van een tafel of de mate van daglicht; dit dwingt gedrag af. Er zijn daarnaast maar weinig architecten die in het virtuele of immateriële domein ontwerpen, dus niet de computer als instrument maar als domein gebruiken. Verdichting vind ik een andere belangrijke opgave, zeker in grote steden. Ik ben erg geïnteresseerd in de vraag hoe een stad als Amsterdam om moet gaan met haar populariteit. Wat zijn daar de oplossingen voor? Verplicht gaan spreiden? In de periferie, zoals in Limburg, is er een andere opgave. Daar zijn strategieën nodig om de krimp en consequenties daarvan te ondervangen.’ Hoe maak jij de stad? ‘Ik zie mezelf niet als iemand die de stad maakt, dat doe ik altijd met een heel team. Ik conceptualiseer, denk en praat erover; andere krachten geven er handen en voeten aan. Wij creëren condities waarbinnen de stad als praatstuk kan dienen: performatief, informatief, representatief: wij zorgen voor de context waarbinnen dat kan plaatsvinden. Het overdrachtelijk maken dat we allemaal in een vormgeven omgeving leven is een belangrijke drijfveer voor me’ Kun je voorbeelden noemen van projecten waarvan je denkt dat ze als richtsnoer kunnen dienen voor toekomstige stedenbouwers? ‘Projecten die ik voorbeeldig vind betreffen plekken van stagnatie waar slimme allianties zijn ontstaan door toewijding van de burgers die zich zorgen maakten en vanuit die bezorgdheid handelden. Een voorbeeld daarvan is de wijk Vrieheide-De Stack in Heerlen; voor dit project, gestart in 2013, heeft Rik Martens van architectenbureau Humblé Martens samen met een consortium van Rabobank, BMC consultancy en de buurtwoners het masterplan Buurtbusiness Vrieheide ontwikkeld. De opdracht die hij zich stelde was om de wijk, die uit vervallen, modernistische woningen bestaat, uit een neerwaartse spiraal te halen. Veel van hun eigenaren staan financieel als het ware onder water. Humblé Martens heeft een plan uitgedacht dat is gericht op fundamentele verbouwing van de wijk en er bovendien voor zorgt dat de wijkbewoners binnen tien jaar uit schulden komen. De sociale kant ervan is ethisch en ecologisch gezien niet alleen spannend, ook de ambitie van de architect erachter om een scenario te schetsen waarbinnen verschillende partijen maatwerk kunnen bieden is inspirerend. Mensen worden niet aan hun lot over gelaten, maar krijgen steun; bedrijven en bewoners werken actief samen aan diverse concrete projecten in de wijk. Dit gaat heel ver: mensen krijgen steun bij de uitvoering van die projecten, waardoor er een soort micro-economie met bijbehorende relaties ontstaat.’ Wat is de huidige staat van de publieke ruimte volgens jou? ‘De publieke ruimte is volledig non-existent geworden. In het virtuele domein bestaat hij misschien nog enigszins, maar fysiek gezien zijn er in stedelijke gebieden weinig plekken waar je kunt zijn zonder gedwongen te worden iets te consumeren. De publieke ruimte is grotendeels overgenomen door de commercie. De vraag is of, en hoe, we dat kunnen terugdraaien. Er zijn wel architectenbureaus zoals ZUS, een initiatief als Stad in de Maak of onderzoekers die zich toeleggen op het creëren van publieke ruimtes, bijvoorbeeld op de begane grond van leegstaande panden of in winkelcentra, gefinancierd door projectontwikkelaars, waar mensen niet hoeven te consumeren maar kunnen zijn. We moeten onszelf eraan herinneren dat zulke plekken nodig zijn. Dit wordt momenteel door met name zorgverzekeraars en pensioenfondsen onderzocht, zoals in de Veldacademie, zij het vanuit een economisch perspectief.’ In de Veldacademie werken opdrachtgevers, variërend van gemeentelijke diensten en woningbouwcorporaties tot zorginstellingen, samen met professionals, wetenschappers en studenten uit verschillende disciplines aan actuele stedelijke vraagstukken, vanuit het perspectief van de gebruiker.  Hoe zie jij gentrificatie zich verder ontwikkelen en is daar een oplossing voor? ‘In de futurologie wordt er van vier tendensen uitgegaan: probable future, possible future, preferable future en de wild card. Ik ben een aanhanger van de preferable future; mijn ideaal is een gedifferentieerd stadsbeeld waarin de zwakkeren van de samenleving (in elke zin van het woord) niet langer de speelbal van krachten zijn. Ik vrees echter dat de huidige tendens van gentrificatie door zal gaan, zeker in de grote steden en verdichte stadskernen. Dat betekent dat wijken koloniseren en egale koek introduceren. Hier kan door politieke sturing verandering in worden gebracht, bijvoorbeeld door de te kiezen voor een toename van sociale woonbouw. Deze keuzes worden echter niet gemaakt, omdat er geen (economisch) mandaat voor is. Op papier is er veel potentieel en wordt er gepleit voor gemêleerde, gedifferentieerde steden, maar in de realiteit wordt er in eilanden gedacht en is de Ander ook de Ander. In de politiek wordt er op polarisering ingezet om electorale winst te behalen, een begrip als solidariteit heeft afgedaan. Het samen in de samenleving staat onder druk. Gentrificatie is daarmee onderdeel van een gefragmenteerde complexiteit. Er zijn een heleboel werkbare ideeën die van belang zijn voor de 21ste eeuw, zoals contemporaine regelgeving, een inclusieve, circulaire economie, maar conservatieve krachten houden de transitie tegen, of anders gezegd, verandering gaat traag.’ Hoe ziet jouw preferable future er verder uit? ‘Ik wil een pleidooi houden voor de tegenpool, de randen van het land, de periferie: daar moeten we ook solidair mee zijn. Alle energie gaat nu naar de Randsteden en hoe die maatschappelijke problemen moet oplossen, maar de periferie heeft evengoed opgaven waar denkwerk en initiatieven in moeten gaan zitten.’ Recent heeft de huidige rijksbouwmeester Floris van Alkemade een essay geschreven getiteld ‘De emancipatie van de periferie’ – op 1 november jongstleden op de Pier in Scheveningen gelanceerd – daarin wordt een Nederland als een samenhangend stedelijk systeem bepleit. Dit pleidooi doet denken aan het manifesto van architect Rem Koolhaas over het platteland. Volgens Koolhaas heeft de leegloop van het platteland een grotere impact op de toekomst dan de intensivering van de stad. Het platteland bestaat niet enkel uit boeren – zo zitten er ook yogacentra, kunstenaars, ondernemers – en boeren zijn bovendien vaak ICT expert. Koolhaas ziet een parallel met de 19de eeuw toen er ook een sterkere focus op de stad dan op het platteland was. Terwijl de ontwikkelingen daar nu sneller gaan dan in de steden. Koolhaas stelt dan ook: ‘If you look at the countryside you see genetic experimentation, industrial nostalgia, seasonal immigration, buying sprees, massive subsidies, incidental inhabitation, tax incentives, political turmoil, digital informers, flex farming, species homogenization. I don’t think you could write such a radical inventory of the city.’ Saskia beaamt die gedachtegang: ‘het platteland heeft een hoog technologische omgeving in relatie tot het landschap. Een boer kan 10.000 koeien houden, waarmee het 19de eeuwse romantische beeld van wat een boerderij is niet meer opgaat; de verweving met technologie is immens. Boeren staan ook voor een omslag. Voor hen is de vraag niet langer hoeveel te produceren, maar hoe, door ecologische diversiteit, diervriendelijk en integrale duurzaamheid in acht te nemen. Nederland loopt daarin voorop. Resource driven vragen staan wel op de Europese agenda, maar Nederland heeft de sprong naar hoog technologisch agrarisch landschap al gemaakt.’ Zoals Koolhaas ons voorhoudt, moeten we onze aandacht beter verdelen en ophouden de periferie als een negatie van de stad te zien, maar als een razendsnel transformerend gebied waar nog altijd de helft van de immer groeiende wereldbevolking woont.  
Agenda in Maastricht
Nu even geen evenementen in Maastricht
Voeg iets toe.
Mail onze redactie
Laat ook zien wat er in jouw stad gebeurt
Word stadsambassadeur
Vertel iedereen wat er nu gebeurt in Maastricht
Plaats je tip
maastricht
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu