Arnhem

Manifest van de Ruimte

Stadsambassade Arnhem

De stad heeft de toekomst. In het rapport De toekomst van de stad (2014) van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur voorziet de raad een gouden toekomst voor steden. Steden die willen samenwerken met andere steden en afzien van de wens om alle voorzieningen zelf binnen de eigen stadsgrenzen te hebben, zo stelt het rapport. Daarnaast moeten die steden wel in staat zijn te dienen als een broedkamer voor nieuwe bedrijvigheid of zo aantrekkelijk zijn dat (buitenlandse) bedrijven worden aangetrokken.

Het rapport noemt een aantal factoren die een stad aantrekkelijk maken: veiligheid, hygiëne, gezondheidszorg, cultuur, milieu, recreatie, politiek-economische stabiliteit, openbare voorzieningen (bibliotheek, sportvoorzieningen), openbaar vervoer en opleidingsmogelijkheden (onderwijsinstellingen). Kortom, de kwaliteit van de leef- en werkomgeving. Meer nog dan voorheen kiezen bedrijven voor steden zijn die aantrekkelijk zijn voor (hun) mensen. Steeds minder kunnen zij gelokt worden door strakke bedrijventerreinen, fiscale voordeeltjes of vierbaanswegen tot voor de deur. Op veel van deze criteria scoort Arnhem bepaald niet slecht. De leefkwaliteit is – mede door haar ligging tussen de Betuwe en Veluwe – goed. Veel oude wijken zijn vrijwel totaal vernieuwd en de stad is ruim van opzet. Met 7.000 arbeidsplaatsen (op de 150.000 inwoners) in de creatieve sector staat de stad samen met Groningen in aandeel in het totaal van arbeidsplaatsen op een gedeelde 2e plaats. Door de aanwezigheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (ruim 30.000 studenten, deels in Arnhem) en ArtEZ (met ruim 3.000 studenten), is Arnhem zeker een studentenstad te noemen.

‘Een jonge generatie trappelt van ongeduld om te laten zien wat ze kunnen. Ze hebben een enthousiaste achterban. Trekken met gemak honderden tot duizenden fans naar verlaten terreinen, onmogelijke plekken onder bruggen, geven juweeltjes van voorstellingen op aftandse verlaten fabrieksterreinen en in kantoorgebouwen. Ze hebben geen podium in een gesubsidieerde ‘cultuurfabriek’, een gelikt theaterpaleis, of vergunning voor een gig op het marktplein.’ Zo begint het Manifest van de Ruimte (Arnhem 2011) en vervolgt met: ‘Het is de generatie die niet protesteert, klaagt, zeurt en uit is op een jarenlange subsidie. Zij wil gewoon ruimte, een loods, een lege plek, een vergunning, een overheid die samen het experiment aangaat. Steeds meer raakt de samenleving er van overtuigd dat de nieuwe vraagstukken op het terrein van milieu, economie en samen leven in een breed culturele samenleving om nieuwe oplossingen vraagt.’

Met een opkomende generatie van veelal jongere initiatiefnemers is Arnhem sinds enige jaren een nieuwe weg ingeslagen. Zij geeft meer ruimte voor allerhande stads- en cultuurinitiatieven. En de initiatiefnemers némen ook meer ruimte, fysiek én in de toepassing van de regels. Het is eenvoudiger geworden om evenementen te organiseren. Er is pas een vergunning nodig vanaf tweehonderdvijftig bezoekers. De gemeente Arnhem heeft meer vertrouwen gekregen in de burger als gangmaker in maatschappelijke en stedelijke processen.

Arnhem is geen uitzondering als het gaat om leegstaande panden, vooral kantoorpanden. Maar liefst 220.000 m2 wacht op nieuwe huurders, herbestemming of sloop. De winkelstraten maken nog geen desolate indruk, maar er is wel degelijk her en der leegstand in het winkelhart van de stad. Met een sterke vertegenwoordiging van de creatieve sector, zijn er genoeg initiatieven die zich wel raad weten met een deel van deze ruimte. De gemeente zoekt samen met verschillende initiatieven naar vormen van beschikbaarstelling van haar vastgoed. Of dat nu een (deels) leegstaande parkeergarage is, een oude school of een heel gebied met lege panden, de stad zoekt naar nieuwe wegen om de stad leefbaar te houden.

Arnhem is een stad met een dubbele cultuur: enerzijds is zij provinciehoofdstad, huisvest zij alle lagen van de rechterlijke macht en is ze voormalig garnizoensstad. Daarmee heerst in de stad van oorsprong een gezagsgetrouwe cultuur. Het zorgde lang voor een onzichtbaar plafond, dat grenzen stelde aan wat kon en niet kon in de stad. Aan de andere kant heeft Arnhem een sterke artistieke, licht anarchistische, traditie, die al teruggaat tot begin vorige eeuw. Al in 1802 werd in Arnhem het Genootschap Kunstoefening opgericht, ook wel Academie Kunstoefening genoemd. Onder andere de koningen Lodewijk Napoleon en Willem I steunden de academie, waardoor er voldoende geld beschikbaar kwam om een eigen pand te laten bouwen. Later zou de Academie Kunstoefening veranderen in Hogeschool voor de Kunsten en weer later in ArtEZ, met het breedste aanbod van creatieve disciplines in Nederland. De culturen staan in Arnhem soms haaks op elkaar: het gezagsgetrouwe en het rebelse. In toenemende mate weten zij elkaar te vinden. Dan ontstaan er bijzondere dingen.

Inmiddels legt Arnhem op diverse niveau’s actief hernieuwde contacten met haar oosterburen. De gemeente legt contacten op het niveau van de burgemeesters van Arnhem en Düsseldorf. Ondertussen bezoeken vertegenwoordigers van de creatieve sectoren elkaar over en weer. De overtuiging is dat de Duitse en Nederlandse designtraditie elkaar kunnen aanvullen. Waar Duitsers vooraf een businesscase degelijk voorbereiden en vooral financieel toetsen, staat de Nederlandse traditie meer in het teken van experimenteren, zonder te veel ‘hindernissen’ vooraf. De eerste aanpak lijkt tot kansrijkere marktintroducties, de tweede tot meer kansen op onconventionele uitvindingen en creatieve oplossingen. De ligging van Arnhem en de perfecte verbindingen over weg (A12) en met de trein (ICE) maken de Duitse steden in Nordrhein-Westfalen binnen zestig tot negentig minuten bereikbaar. Arnhem als brug tussen Randstad en Ruhrgebied.

De stadsontwikkeling van Arnhem van na de Tweede Wereldoorlog kenmerkt zich door haar sprong over de Rijn naar Arnhem-Zuid en de herontwikkeling van de zuidelijke binnenstad aan de noordzijde van de Rijn. De opbouw van de stad aan de zuidzijde van de Rijn is een forse stedenbouwkundige prestatie: in het zuidelijke stadsdeel wonen inmiddels meer inwoners dan in het noordelijke deel, dat voor de Tweede Wereldoorlog heel Arnhem was. Het stadsdeel tussen het oude stadscentrum en de Rijn maakt een minder snelle ontwikkeling door. Ooit een rommelige zone van arbeidershuisjes en loodsen, werd het in de Slag om Arnhem zwaar getroffen. Veel plannen zijn inmiddels gemaakt en ook weer voortijdig gesneuveld. Het openbare gemeentelijke pand ROZET is hierop een uitzondering. Uitgeroepen tot ‘Beste gebouw van Nederland 2014’ heeft het een impuls gegeven aan de stad. Aanvullend probeert de stad met een meer kleinschalige en stapsgewijze aanpak de wijk toch verder te herstellen van haar beschadigde verleden. Tijdelijke projecten, zoals het Bartokpark, krijgen daardoor ook de ruimte in de stad.

De Stadsambassades zijn voor de Arnhemse stadmakers een welkome uitbreiding van het inmiddels sterke Arnhemse netwerk. Mensen uit allerlei disciplines werken in Arnhem steeds nauwer samen, onderling en met de lokale overheid, om te komen tot nieuwe vormen van regeneratie van stedelijke processen. Soms door een zichtbare ingreep in de stad, zoals het Bartokpark met het Feestaardvarken, of door processen ‘achter de deur’, zoals het opzetten van een wijk voor creatieve ondernemers in Coehoorn – gelegen tegenover het Centraal Station. De Stadsambasssade Arnhem is een mooie aanvulling op dat interne werk. Immers, wat in Arnhem gebeurt is wellicht specifiek, maar qua verschijnsel niet uniek. We hopen met de Stadsambassades veel van andere steden te leren. En natuurlijk is iedereen welkom om een kijkje te nemen bij de uiteenlopende Arnhemse initiatieven.

 

Betrokken stadmakers
Paul de Bruijn
Mede-initiatiefnemer stadsproject Coehoorn Centraal
reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Arnhem
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu