Dolf Logemann over zijn visie op burgerschap en de transitie naar een participerende overheid.

'Burgers kunnen dingen die de overheid vaak niet kan realiseren'

Dit artikel verscheen eerder in Contact Zutphen-Warnsveld.

Een groenzone van 72 hectare in zes jaar tijd transformeren tot een ecologisch stadspark. Hoe kansrijk een bottom-up initiatief in het publieke domein kan zijn, laat het Emerpark in Zutphen zien. Actief burgerschap en zelforganisatie van onderop. Wat is het geheim van dit burgerinitiatief? Een gesprek met initiatiefnemer en ecoloog Dolf Logemann over zijn visie op burgerschap en de transitie naar een participerende overheid.

We zitten aan de keukentafel in zijn huis in Warnsveld. Door de glazen schuifpui springt de tuin als een felgroene oase in het oog. Het is dan ook de tuin van een ecoloog. Maandagochtend, iets na negenen, de koffiepot pruttelt. Dolf Logemann zet de kopjes op de grenenhouten tafel en gaat er voor zitten. “Vanuit mijn werk als ecoloog was ik altijd al geboeid door het Emerpark.”
Een groenstrook, zich uitstrekkend over meerdere stadswijken. Bestempeld door de gemeente als ecologisch park, maar in werkelijkheid een versnipperd stuk groengebied van een onsamenhangend geheel met weinig ecologische waarde en onbekend bij omwonenden. “Het was al jaren het einddoel van de gemeente om er ecologisch iets mee te doen, maar vanwege een gebrek aan ideeën bleef het op de plank liggen.”
Een wandeling door het gebied in 2011, georganiseerd door de Stadspartij en het IVN, wekte Logemanns enthousiasme. Want hij bleek niet de enige bij wie het groene bloed ging stromen. Het bleek het juiste moment van tijd en plaats. In een mum van tijd ontstond de ‘Initiatiefgroep Ecologisch Stadspark’, een vijftal sterke mensen met elk een stevig netwerk.
Kern van het plan: verbinden van de groenzones en daarmee ecologische waarden vergroten. En in tweede instantie de beleefbaarheid en recreatieve mogelijkheden uitbreiden. Kortom: een groene boost geven aan de publieke (belevings)waarden. Voor het realiseren van dit ‘Vondelpark op de schaal van Zutphen’ beschikten de parkmakers over een grote mate van creativiteit en organiserend vermogen. Om mensen bij het plan te betrekken werden twee avonden georganiseerd voor omwonenden en gebruikers van het park, waaronder de begraafplaats, bijenvereniging, hondenvereniging, sportvereniging, IVN en kinderboerderij. De animo bleek groot. Meer dan honderd ideeën werden geoogst. Er werd een visiekaart gemaakt met bouwstenen als ecologisch beheer, betere aansluiting van fiets- en wandelpaden, natuurspeelplekken, stadslandbouw en natuurvriendelijke oevers. Logemann: “Het mooie was: de gebruikers gingen zich interesseren voor hun omgeving. Doordat ze konden meedenken met de ideeën van de initiatiefgroep werd draagvlak gecreëerd.”

Hand-in-hand participatie
Toen korte tijd later het plan aan de gemeente werd gepresenteerd was het enthousiasme groot. En de creativiteit en professionaliteit van de initiatiefgroep werd gehonoreerd: de gemeente stelde honderdduizend euro beschikbaar voor het park. Het bedrag zou op de rekening van de gemeente blijven, de ideeën door de stichting worden aangereikt en vervolgens door de gemeente of de initiatiefgroep uitgevoerd en bekostigd. Een krachtig voorbeeld van hand-in-hand participatie.

Vakmanschap van betrokken professionals
Als ecoloog ontbreekt het Logemann niet aan focus en visie. Hij uit zich als een anders-denker, één van de niet-traditionele aanpak. Als ecoloog met een adviesfunctie is hij gewend bureaucratische wegen te bewandelen. Hij weet hoe de hazen lopen. “Maar dat geldt voor ons alle vijf”, merkt hij op. “We beschikken allen over een eigen vakmanschap. We zijn betrokken en doen het met plezier. En ik voel het niet als plicht.”

Hoe is de onderlinge verdeling?
“Ieder van ons pakte iets op zoals voorlichting of beheer. Ik deed de natuurvriendelijke oevers langs de Schouwlaakse beek. Een steriele bak die we natuurlijker wilden inrichten. Echter wat bleek, elke partij rondom de beek had zo zijn eigen belang. Het Waterschap stond voor de opgave de beschoeiing te vernieuwen. De buurtbewoners van de aanliggende flats ondervonden overlast van de bomen en de gemeente wilde het hemelwater van de flats afkoppelen. En wij hadden ons doel. Het was dus eerst een kwestie van belangen bij elkaar te brengen. Een projectplan maken, financiering regelen en ondertussen proberen de neuzen dezelfde kant op krijgen. Wij werden een soort oliemannetje.”
Gedurende het proces bleek ook nog dat de ene partij sneller wilde dan de andere. “Het vroeg om een groot probleemoplossend vermogen. Toen het Woonbedrijf als eigenaar van de flats bijna om was, kwam er huiver voor het beheer en onderhoud. Toen we vervolgens met hun groenaannemer aan tafel zaten, bleek dat het voor hem geen enkel probleem was.”

Je hebt er een fulltime baan aan.
“Tijd is fysiek een beperkende factor. We hebben allemaal drukke banen. Efficiënt werken is een must. Het moet in de avonden en weekenden. Zes tot tien uur per week besteed ik naast mijn gewone baan. Een keer per maand komen we bij elkaar. Maar tussentijds is er veel contact. We wisselen enorm veel uit over de mail.”
Dat de lat hoog ligt, blijkt uit de voorwaarden die de groep stelde. Zo moesten de drieduizend palen uit de oude beschoeiing een herbestemming krijgen. Gelukkig was daar uiteindelijk ook een oplossing voor. Ze markeren nu de route van het Wandelpad van het park, het David de Gorter pad. “En het Waterschap was erg blij dat ze niet naar de stort hoefden.” Het was een van de mooie successen die werden behaald. “Succes is bevredigend en het geeft inspiratie. Daarbij is een belangrijke factor dat we een leuke groep hebben. We hebben veel plezier met elkaar. Sterker nog: we zijn vrienden geworden.”

Wat zijn de factoren die jullie initiatief tot een succes heeft gemaakt?
“Een initiatief als dit van de grond tillen kan succesvol zijn omdat er sprake is van overheidsparticipatie. Het werkt dus andersom, wíj faciliteren de gemeente. Aan deze manier van werken moest de gemeente Zutphen wel wennen.

Vereist het een andere benadering?
“In het begin werden we toch wel gezien – ik chargeer – als een groepje goedgebekte burgers die de gemeente ging vertellen wat ze fout deden. Maar al gauw bleek dat dat niet zo was. We hebben altijd gezegd dat we er gezamenlijk iets mooiers van konden maken. Een coöperatieve opstelling van beide partijen is een vereiste om een project te laten slagen.”

Is de verhouding verbeterd?
“Langzamerhand is een verhouding ontstaan waarin veel mogelijk is. Wanneer we iets willen wordt ons nu gevraagd: wat hebben jullie nodig om het te realiseren? Nu hebben we veel credits. We hebben ons waargemaakt. Dat krijgen we nu ook terug, dat we het nooit scherp spelen, maar altijd zoeken naar samenwerking.”

Jullie team blinkt uit in professie en slagkracht.
“Ons grote voordeel is onze professie. Daardoor hebben we veel kennis in huis. Hierdoor is er sprake van een professionele omgang met de gemeente en andere partijen. Maar het moet ook samen en gelijkwaardig, dan bereik je het meest.”

Maar het kan nog beter.
“Je ziet bij een burgerinitiatief vaak dat de overheid het liefst de totale verantwoordelijkheid bij de burger legt. Maar zo werkt het niet. Participatie gaat hand-in-hand. Dat is een andere manier van werken.”

De participerende overheid heeft nog wat stappen te maken?
“Burger en overheid zijn beiden in transitie. Een burger die belt om een scheve stoeptegel zou moeten kijken of hij die zelf niet kan rechtleggen. En de overheid moet uit zijn lokethouding komen. Inwoners nemen die houding over en zeggen: ‘Daar moet de gemeente voor zorgen’. Dat is consumentisme. Of nog erger: ik ga niet in de rij staan, want dat helpt toch niet.”

De gemeente zou het meer moeten uitventen?
“Exact. Mensen voelen zich niet uitgedaagd. De houding van de gemeente moet zijn: burgers stimuleren om dingen samen te doen. Niet alleen ervoor open staan, maar het ook aanmoedigen. De gemeente kan veel meer gebruik maken van de inzet en kennis van mensen. Burgers kunnen dingen die de overheid vaak niet alleen kan realiseren. Als een inwoner iets wil dan is dat meestal geen eigen belang, maar dan zit daar een maatschappelijk belang achter. Als overheid moet je dat stimuleren. Als je als gemeente daarin meegaat, ben je uiteindelijk veel efficiënter.”

The right to challenge?
“The right to challenge spreekt mij zeer aan, maar zou eigenlijk niet nodig moeten zijn. Het kan aanmoedigend werken, zo van: als je ideeën hebt, kom maar. De gemeente heeft nu gezegd dit voorstel van GroenLinks deze zomer nader te gaan uitwerken. Ik ben benieuwd hoe ver men wil gaan om initiatieven van burgers aan te moedigen en te ondersteunen. Als Emerparkgroep volgen wij dit met belangstelling.”

Hoe staat het nu met de ecologie?
“De intentie is goed, maar er kan nog meer. Ecologisch beheer zit niet in de genen van de gemeente, maar zou er wel in moeten zitten. In plaats van bulkafspraken met groenbeheerders zou er veel meer maatwerk moeten komen.

Wat zijn jullie toekomstplannen?
“We willen graag blijven samenwerken met de gemeente zoals we de afgelopen zes jaar hebben gedaan. We hebben ons niet bezig hoeven houden met subsidies. Geld is een sleutelfactor. Hierdoor konden we ons compleet richten op onze corebusiness. Maar nu is het geld op. We hebben voor het eerst cofinanciering aangevraagd bij de provincie. Het kost enorm veel tijd, het frustreert en het houdt je af van wat je werkelijk wilt waarmaken. Onze hartenkreet naar de gemeente is een vast budget, dat klaarstaat. Dan kunnen we op dezelfde manier doorwerken. Voor iedereen is dat uiteindelijk efficiënter.”

Proeftuin
De kennis en ervaring die is opgedaan kan worden gebruikt bij andere initiatieven en groene onderdelen van de stad. “We hopen dat het Emerpark een proeftuin wordt voor andere burgerinitiatieven én voor het ecologisch beheer in de hele gemeente. Daar willen wij graag ruggensteun aan bieden. Een bottom-up initiatief vraagt een nieuwe aanpak die meestal pas in de praktijk wordt geleerd. Die kennis moet je benutten.”

Artist impression van het Emerpark.

Doe-democratie: nieuwe samenwerking burgers en overheid

Actieve burgers willen niet dat de overheid alles voor hen oplost met een standaardoplossing. Ze willen maatwerk en een overheid die met hen meedenkt. Zo ontstaat een nieuwe samenwerking tussen burgers en overheid. Met nieuwe verhoudingen en werkwijzen tussen burgers en overheid.

Burgerparticipatie
Veel burgers voelen zich betrokken bij hun wijk of omgeving en zetten zich daar vrijwillig voor in. Ze organiseren schoonmaakacties in de straat om de leefbaarheid te verbeteren, kopen collectief zonnepanelen in, richten een lokale zorgcoöperatie op, of praten mee over de gemeentebegroting. Dit heet burgerparticipatie.

Overheidsparticipatie
Bij overheidsparticipatie is sprake van een omgekeerde samenwerking: de overheid participeert in bestaande initiatieven van burgers, geeft deze de ruimte en verbindt deze waar mogelijk met elkaar. Het gaat om burgers die al initiatief nemen in het publieke domein, maar waarbij de overheid een al dan niet faciliterende functie kan vervullen om verdere realisatie mogelijk te maken.

Right to Challenge
Bewoners (-organisaties) kunnen zelf het initiatief nemen om een dienst uit te voeren, als zij vinden dat het beter/anders moet. Dit heet Right to Challenge (het recht om uit te dagen). Het initiatief verschuift dan van overheid naar burger: meedoen, eigen initiatief nemen. Met dit Right krijgen bewoners ook de middelen en verantwoordelijkheid. Zo nemen bewoners(-organisaties) taken over die tot nu toe vaak de lokale overheid uitvoert.
De gemeente Zutphen werkt aan een betere communicatie naar buiten en een samenhangende aanpak om het uitdagingsrecht ook in Zutphen van de grond te krijgen.

 

reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Zutphen
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu