Fietsend door Nederland #1: Ekowonen in Nijmegen

Belg Stefaan gaat op zijn fiets langs initiatieven door heel Nederland

Op welke manier kunnen de burgerschapspraktijken in Nederland Vlaanderen inspireren? Met die vraag doorkruist de Vlaming Stefaan de 12 Nederlandse provincies om 12 interessante initiatieven te bezoeken, in kaart te brengen en naar Vlaanderen te vertalen. Hij legt zijn inspiratie vast op zijn blog Gluren bij de Buren.

Kaat uit Dendermonde woont eko-samen in Nijmegen

Tocht van Turnhout naar Lent bij Nijmegen is met grote glimlach afgefietst. Lent is een deelgemeente van Nijmegen en daar woont Kaat uit Dendermonde. Deze vurige dame die ik gespot heb na een artikel in De Standaard van enkele maanden geleden woont in het project Iewan, een woonproject met drie peilers: sociaal, ecologisch en open.  

De gastvrijheid waarmee ik hier ontvangen wordt is van dat laatste een treffende illustratie. Kaat neemt me op sleeptouw nadat ik van haar vegetarische schotel mocht genieten. Na 120 kilometer fietsen kan een mens wat verdragen. Ze toont me de gemeenschappelijke ruimtes: er is net een yogasessie bezig in de gezamenlijke activiteitenplek, ze toont me de collectieve pelletkachel die een opslagcapaciteit heeft van zeven ton en het hele gebouw van verwarming voorziet, er liggen binnen tweehonderd zonnepanelen op de zuidkant van Iewan waarmee de bewoners voor negentig procent in eigen elektriciteit kunnen voorzien, van een majestueus bloeiend bloemdak kan ik mijn ogen niet afhouden.  

In Iewan wonen 25 huishoudens en 50 personen. In de onderste laag huizen de gezinnen, daarboven de koppels zonder kinderen of singles, Kaat maakt deel uit van de meidengroep, ze deelt een deel van haar woonruimte met twee bewoonsters. 

Er is een winkel waar de bewoners afvalarm, in bulk en collectief bio aankopen. Een rietveld zuivert het afvalwater van de douches en toiletten en geeft het water voor de toiletten terug.  

De bewoners zijn geen eigenaars maar huren aan de woningcoöperatie die een garantie van dertig jaar voorziet. Het huurbedrag is naar Nederlandse normen eerder laag. Kaat bvb betaalt 400 euro per maand. Heel veel vaste kosten als internet zijn belachelijk laag, ook investeringen als wasmachines worden gedeeld en komen erg goedkoop uit.  

Wat me naast al het visuele, het architecturale en het sociale sterk bijblijft: de kracht van een groep! Er zijn werkgroepen educatie, klusjes, tuin, financiën en andere. Met je eigen talent kan je je engageren voor minimum één werkgroep. Iewan drijft op de expertise en de talenten van de vele bewoners. Zelfs bij de toelatingspolitiek voor nieuwe bewoners is het niet de volgorde van inschrijven maar het nodige puzzelstuk die voorrang geeft. Een winkel moet je als bewoners maar twee keer per jaar openhouden omdat je met vijftig mensen kollektief een verantwoordelijkheid deelt. Er is een ateljee voor schrijnwerkmachines en net omdat je samen woont kan je een degelijk machinepark uitbouwen en kunnen ervaren schrijnwerkers hun kennis van het ambacht doorgeven en delen.  

In het gemeenschappelijk gedeelte gaan cursussen strobouw door maar ook een lokale toneelgroep gaf er al voorstellingen. Op zaterdagavond is er café en op zondag zijn er vaak lokale muzikanten of vrienden of kennissen van bewoners die komen optreden.  

Veel wordt spontaan geregeld – oppas bij kinderen bvb – en lijsten met groepstaken geraken snel ingevuld. Iewan is bijzonder en kreeg al veel weerklank en aandacht in de media omwille van de schaal van het project. Want naast Iewan zitten andere gemeenschapsgedreven ecologische woonprojecten. Eén ervan heeft expliscieter het intergenerationele in zijn missie en daar is zorg of toekomstige zorg dus erg centraal. 

De straatnamen zijn bijzonder: ik slaap deze nacht in de logeerkamer in de Karl Marx-straat, een belendende straat heet de Hannah Arendt-straat, wat verderop leent Goethe zijn naam.  

Alsof dit project in Gelderland nog niet inspirerend genoeg was had ik ook nog een toevallige maar sterke ervaring in de Buurtruilwinkel in Tilburg-Zuid. Ik stap er binnen en krijg een omstandige uitleg over de werking. Leden kunnen kledij, of spullen, of boeken, of muziek ‘te koop’ aanbieden. Ze kunnen punten verdienen die ze kunnen gebruiken om zelf spullen van anderen aan te schaffen. De spullen moeten winkelwaardig zijn en bvb één koffietas wordt niet aangenomen, wel een set. De buurtruilwinkel telt negenhonderd leden en is nog maar twee jaar opgestart. Joost toont me het computerprogramma die alles keurig registreert. Annette coördineert maar benadrukt dat burgers hier de drijvende kracht achter zijn. Het sociale en het ontmoeten is eigenlijk het belangrijkste. Ik ervaar het inderdaad proefondervindelijk, aan den lijve dus.  

Ik ga thee drinken aan de buurttafel en twee dames vertellen binnen de paar minuten kwetsbare levensverhalen. Dankzij Annette en deze werking kon ik mijn rug weer rechten, zegt een blonde vijftigster. Ik was dakloos en het binnengaan in de buurtruilwinkel is mijn redding geweest, heeft me terug in mijn kracht gezet. De andere vrouw verloor haar enige dochter begin deze maand. Het wordt stil aan tafel als het woord ‘afgeven’ valt. De vrouw vertelt verder. Over hoe belangrijk het was dat een vriendin uit Groningen na de begrafenis haar een week opving. 

De werking is vergelijkbaar met LETS Helmond bij Eindhoven waar ik half september naartoe trek. Mien Paridaen is een oude bekende, acht jaar geleden stapten we er al eens binnen. LETS Helmond is een sterk buurtgericht verhaal met veel sociale spinoffs, oa een interculturele groep van kwetsbare moeders, maar daarover later meer. Transitiepraktijken, een zandbak voor de burgerij? Het blijkt vaak niet te kloppen.  

Dag 2

De medewerkers van Loesje verzamelen bij Kaat op donderdagmorgen. Loesje heeft een centraal buro in Arnhem en is ontstaan uit de protesten van de jaren tachtig tegen de kernwapens en voor een beter leefmilieu. In plaats van protesteren wou Loesje positief prikkelen met woorden en korte zinnen, sommige tijdloos, andere inspelend op actueel debat. Er zijn ‘cellen’ over heel Nederland die zeld de gekende affiches gaan plakken. Op vuilnisbakken bijvoorbeeld. In de publieke ruimte in alle geval. In Middelburg, Amsterdam of Utrecht. Maar sinds kort ook in Warschau.  

We praten terwijl we muesli eten over de Nederlandse politiek, de verhitte teneur rond de asielzoekerscentra. Nijmegen kom ik te weten kent een erg progressief bestuur: Groenlinks is de grootste partij en bestuurt met de sociaaldemocraten, de SP en een lokale lijst. Ook bijzonder is dat de PVV van Wilders hier nauwelijks van de grond komt. Kaat toont me nog even haar privéruimte, de kollektieve badkamer en we zwaaien elkaar uit.  

Het weer is helaas helemaal omgeslagen. Ik nestel me in het kielzog van enkele studenten en via een prachtige fietsbrug belandt ik in het historische hart van de stad die me erg intrigeert. Na een heerlijk ontbijt in de schaduw van de Stevenskerk uit de dertiende eeuw besluit ik wat te freewheelen, van Sofie mocht ik laat thuiskomen.  

Ik blader in het station nog wat door in een fantastische brochure ‘Toekomstboeren: Permacultuur en Voedselbossen’ die ik per ongeluk mee heb gegrist uit Iewan. De brochure staat vol inspirerende landbouwprojecten, een godsgeschenk voor het project ‘Gluren bij de Buren’ van Vormingplus Waas-en-Dender: een zelfoogsttuin in Friesland, een landbouwpermacultuurproject in Sint-Oedenrode in Brabant, voedselbossen zijn er in Weerwoud en Flevoland, een ecodorp in Ppauw bij Wageningen noemt zich een “mobiele rafelrand-gemeenschap met permacultuur en voedselbos in aanleg”.  

Mijn ogen vallen ook het Netwerk Duurzame Dorpen en doen we reflecteren over de Transition Towns Movement. Het doel van het netwerk is “dorpen te ondersteunen en te inspireren op het gebied van duurzaamheid. Thema’s zijn oa: lokale voedselproductie, energie, klimaat, zorg, water en afval en hergebruik (…) In de gemeente Sudwest-Fryslân heet dit geleid tot een groei in het aantal dorpstuinen.  

Al die verhalen sterken me in de overtuiging van Duits sociaal-psycholoog Harald Welzer: ‘Beginnen is alles’. Veel van de initiatiefnemers waren milieuactivisten maar zochten naar ‘kleinschalige, diverse en plezierige’ projecten. Linde en Alex van Tuinderij de Voedselketen verwoorden het als volgt: “Met milieu-activisme alleen kan je geen goed alternatief bieden voor alle problematiek waartegen we zo vurig streden”. Op een lezing over Hart boven hard hoorde ik Eric Corijn hetzelde pleidooi houden in verband met lokale munten. Start ermee, ga er niet te lang over theoretiseren en zie waar je moet bijsturen. Leer. Onderzoek. Analyseer. Kijk waar je op botst.  

Tonen dat het anders kan, aan de slag gaan, verknopen en opschalen van experimenten, daarin ligt volgens mij de ware toekomst van de mondiale transitiebeweging. Deze prospectie kan nu al niet meer stuk! 

Betrokken stadmakers
Stefaan Segaert
Medewerker VormingPlus en fanatiek fietser/blogger
reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Nederland
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu