Op stap met Gunter Pauli

Een dag lang systeemdenken met Gunter Pauli in Almere en Pakhuis de Zwijger

Maandag 28 november 2016 was Gunter Pauli in Nederland waar hij onder andere Almere en Pakhuis de Zwijger aandeed. De bedenker en auteur van de blauwe economie vertelde daar over zijn visie voor een duurzame toekomst, veranderingen in ons systeem, en nieuwe bedrijfsmodellen.

In de vroege ochtend reisde Gunter Pauli eerst af naar Almere om daar een workshop systeem denken te geven. De gemeente Almere heeft de ambitie om een stad zonder afval te worden. Dit sluit aan bij de volgende editie van de Floriade, die in 2022 in Almere plaatst vindt. Voor deze editie heeft landschapsarchitect Winy Maas het Growing Green Cities plan ontworpen. Bij zowel dit plan als het werk van Gunter Pauli staan circulariteit centraal: afvalstoffen worden grondstoffen. Wethouder (gemeente Almere) René Peeters opende de ochtend dan ook met het doel om “economische activiteit te creëren met de grondstoffen die zich in de stad aandienen”.

© BlueCity010

Om kort het idee van Pauli uit te leggen gebruikt hij zelf een van zijn favoriete voorbeelden: koffie. Van de gehele productie van koffie is maar 0,2 procent het deel wat wij ook echt drinken. De rest blijft over als afvalproduct. En dat kan anders. De restproducten die overblijven bij de productie van koffie kunnen op verschillende manieren ingezet worden. Op het koffieprut kunnen we bijvoorbeeld paddestoelen kweken. Dit gebeurt al in het voormalige zwembad Tropicana, dat nu omgetoverd is tot circulaire broedplaats BlueCity010. Het blijft echter niet bij paddestoelen. De afvalresten van koffie worden ook verwerkt in sportkleding, omdat het zeer geschikt is om geur op te nemen. Verder wordt het verwerkt in dierenvoer en in verf. Dit is in het kort het idee: van afvalstof naar grondstof.

De visie van Gunter Pauli met de blauwe economie gaat echter verder. Niet alleen wil hij kijken naar andere manieren om ons afval te gebruiken, sterker nog hij kent geen afval, maar hij is ook sterk gericht op het vinden van nieuwe business models. In deze nieuwe modellen speelt ethiek een belangrijke rol. Dat ethiek belangrijk is realiseerde Pauli zich toen hij er in de jaren ’90 achter kwam dat zijn bedrijf Ecover, waarmee hij dacht duurzame schoonmaakmiddelen te maken, gebruik maakte van palmolie. En dat hij daarmee bijdroeg aan de vernietiging van het oerwoud. Dit moest anders. Ook al deed het bedrijf het op veel gebieden beter dan de conventionele schoonmaakmiddelen, het deed nog steeds iets slecht. Dus komen we tot de ethische principes van Pauli: “Doing bad is bad”, maar “Doing less bad is still bad”, en als laatste “Refusing to do good is also bad”.

Pauli stapte uit het bedrijf en ging zich in samenwerking met de Verenigde Naties richten op het ontwikkelen van deze nieuwe bedrijfsmodellen. Modellen die gericht zijn op de behoeften van iedereen in de wereld, anders dan het huidige systeem. Zoals Pauli zegt: “het systeem zoals we het nu kennen werkt niet: de rijken worden rijker en de armen worden armen”. Daarom onderscheidt Pauli en de blauwe economie zich ook van bijvoorbeeld een groene economie. Zoals hij het ziet wordt er in de groene economie kleine aanpassingen aan het huidige systeem gemaakt, geen grote veranderingen. Producten worden op een duurzamere manier gemaakt, maar daarmee wordt het als snel ook duurder, wat vaak niet verder komt dan een niche van de bevolking die bereidt is en het kan betalen.

Het systeemdenken en de circulariteit van Gunter Pauli zijn tevens ook gericht op lokaliteit. Welke grondstoffen zijn lokaal te vinden? Hoe kunnen we business modellen vinden die lokaal voor werkgelegenheid zorgen? De waarde die hiermee gecreëerd wordt gaat verder dan alleen economische waarde, maar kijkt ook naar sociale waarde en doen wat goed is voor de natuur. Dat Pauli soms een beetje als een dromer klinkt ontkent hij totaal niet. Sterker met de blauwe economie gaan we “waarmaken waarvan we nooit durfde te dromen dat het waar kon zijn”.

© Renée Bijvoets

Hoe ziet circulariteit in Almere er uit? Op 28 november 2016 bespraken we na een introductie systeemdenken van Pauli in Pakhuis de Zwijger de case “Almere”. De gemeente Almere is gestart met waarde creëren uit afvalstromen uit de publieke ruimte. De eerste van deze afvalstromen waarnaar gekeken wordt is biomassa. Om precies te zijn waterplanten. Door de hoge water kwaliteit vormen deze een ‘groeiend’ probleem, waar zowel de gemeente als de jachthaven last van hebben. Deze waterplanten worden gemaaid en blijven zij over als afval. Tegelijkertijd kost het maaien en het wegbrengen geld. Hoe kunnen we nieuwe waarde toekennen aan deze afvalstroom?

Met het oog op een afvalloze toekomst is de gemeente Almere in samenwerking met ondernemers op zoek gegaan naar alternatieve om de waterplanten te gebruiken. Om zichtbaarheid te geven aan deze mogelijkheden is er van de vezels van de waterplanten papier en karton gemaakt. Dit wordt bijvoorbeeld door Eosta (de grootste biologische fruitleverancier) als verpakkingsmateriaal gebruikt. Door composieten te maken van de waterplanten is het zelfs mogelijk om er stevige bouwmaterialen van te maken, die bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om bankjes van te maken. Een eerste experiment van de gemeente Almere waar afval grondstof wordt. Ondertussen zoekt Almere verder naar andere mogelijkheden!

reacties
reacties op dit artikel
Er zijn reacties op dit artikel
reageer
in Almere
reacties op dit artikel
Benieuwd wat er in New Europe gebeurt? Citiesintransition.eu